Over kunst, cultuur en erfgoed wordt veel geschreven. Zowel liefhebbers als professionals - freelancers, zelfstandigen en instellingsmedewerkers - treden regelmatig als auteur op. Samen zijn zij jaarlijks verantwoordelijk voor honderden artikelen in kranten en tijdschriften, catalogi en boeken over beeldende kunst, vormgeving en architectuur. Maar zij zijn niet altijd volledig op de hoogte van de rechten en plichten die voortvloeien uit auteurswerkzaamheden. Daarom vindt op 2 oktober 2009 het informatieve congres De schrijvende kunsthistoricus. Knelpunten bij auteurswerkzaamheden in de kunst-, cultuur- en erfgoedsector plaats in het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD)te Den Haag. Tijdens dit congres wordt door deskundigen inzicht gegeven in diverse vraagstukken die zowel voor de auteur zelf, als voor hun opdrachtgevers en uitgevers van groot belang zijn. Behandelde vragen zijn onder meer:
- Welke afspraken maak je met een redactie of uitgever?
- Welke tarieven gelden voor het leveren van teksten?
- Wat zijn leen- en reprorechtvergoedingen, en wie heeft daar recht op?
- Hoe zit het met beeldrecht en het overige auteursrecht?
- Wie adviseert of bemiddelt bij een conflict?
- Waar kun je terecht voor informatie of subsidie?
Enkele knelpunten toegelicht
Veel musea en andere culturele instellingen geven in eigen beheer publicaties uit. Zij lopen daarop wettelijk geregelde vergoedingen van bibliotheek- en kopieergebruik mis, omdat zij (nog) niet participeren in de jaarlijkse repartities via de Stichting Leenrecht en de Stichting Reprorecht. Ook weten schrijvende kunsthistorici en andere auteurs vaak niet, of en hoe zij zelf aanspraak kunnen maken op hun aandeel van leen- en reprorechtvergoedingen via de Stichting Lira. Zo lopen ook zij inkomsten mis.
Daarnaast bestaan onder zowel auteurs als opdrachtgevende musea en cultuurinstellingen nog veel misverstanden over auteursrecht. Zo denken opdrachtgevers soms dat zij automatisch auteursrecht hebben op teksten van freelancers, terwijl dit niet het geval is. Bij het verstrekken van onderzoeks- en schrijfopdrachten worden licenties niet altijd goed geregeld, waardoor conflicten kunnen ontstaan.
Beeldrecht is een ander punt, waarover misverstanden kunnen bestaan; auteurs en museummedewerkers weten vaak niet wanneer zij zich bij het gebruik van afbeeldingen (in wetenschappelijke context) op citaatrecht kunnen beroepen en wanneer niet.
Organisaties van journalisten, schrijvers en vertalers hebben ervaring met bovenstaande problematiek en kunnen uitkomst bieden. Hoog tijd dus, om op het congres met de vertegenwoordigers van deze vakgebieden kennis te maken.
Organisatie en sponsors
Het congres wordt aangeboden door de FreeLancers Associatie (FLA, onderdeel van de Vereniging van Schrijvers en Vertalers) in samenwerking met het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD). Het evenement wordt mede mogelijk gemaakt door steun van de Stichting LIRA Fonds, Stichting Reprorecht en de Nederlandse Museum Vereniging (NMV). Initiatief en organisatie zijn in handen van Kroon & Wagtberg Hansen kunsthistorisch projectmanagement, met medewerking van mw. drs. Catrien Deys.
Dagprogramma (onder voorbehoud)
Het congres is toegankelijk voor alle belangstellenden. In de pauzes kunnen deelnemers een informatiemarkt bezoeken, waar diverse vakorganisaties zich presenteren. De lezingen zijn verdeeld in een drietal themasessies:
09.00-10.00 Ontvangst en koffie / bezoek Informatiemarkt
10.00-10.05 Welkomstwoord, dr. Rudi Ekkart, directeur Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie
10.05-10.15 Inleiding op het congresthema, mw. drs. Andréa Kroon, kunsthistoricus Kroon & Wagtberg Hansen.
Sessie I. Auteurs en opdrachtgevers
10.15-10.45 mw. drs. Nicole Ex, freelance kunsthistoricus / auteur: De freelance kunsthistoricus als auteur. Voorbeelden uit de dagelijkse praktijk
10.45-11.15 mw. Marloes Waanders, fondsuitgever Uitgeverij Thieme Art: Publiceren over kunst. De stimulerende rol van de uitgever
11.15-11.45 mw. drs. Marie Christine van der Sman, directeur Nederlands Archief Grafisch Ontwerpers (NAGO) / coördinator website MuseumService: Musea en auteurs. De relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer
11.45-12.05 Vragen / discussie
12.05-13.30 Lunch (op eigen gelegenheid) / bezoek Informatiemarkt
Sessie II. Ondernemerschap en auteursrecht
13.30-14.00 drs. Pierre Spaninks, freelance journalist / voorzitter FLA: Waarom publiceren voor ‘de eer’? Marktconforme tarieven voor professionele auteurs
14.00-14.30 mw. mr. Marijke Reinsma, auteursrechtspecialist / bestuurslid FLA: Auteursrecht in de praktijk. Do’s en dont’s bij het opstellen van (uitgevers)contracten
14.30-15.00 Vincent van den Eijnde, directeur Pictoright: Beeldrecht - vergoeding of vrijstelling? De toepassing van citaatrecht bij gebruik van afbeeldingen in wetenschappelijke publicaties
15.00-15.20 Vragen / discussie
15.20-15.50 Theepauze / bezoek Informatiemarkt
Sessie III. Wettelijke vergoedingen en subsidies
15.50-16.20 drs. C.P.A. Holierhoek, secretaris Stichting Leenrecht: Leen- en reprorechtvergoedingen: een gemiste kans voor musea en kunsthistorici?
16.20-16.50 mw. drs. Catrien Deys, projectcoördinator Collectiewijzer.nl / mw. drs. Andréa Kroon, kunsthistoricus Kroon & Wagtberg Hansen: Publicatiesubsidies in Nederland. Kansen voor uitgevers en auteurs
16.50-17.20 Vragen / discussie
17.20-17.30 Afsluiting, mw. drs. Andréa Kroon, kunsthistoricus Kroon & Wagtberg Hansen
17.30-18.00 Borrel, aangeboden door St. LIRA Fonds / St. Reprorecht; bezoek Informatiemarkt
Praktische gegevens
Het congres vindt plaats op 2 oktober 2009 in de Aula van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD), Prins Willem Alexanderhof 5 te Den Haag, van 10.00 uur tot 17.30 uur.
Deelnemerskosten bedragen € 35,- (leden VNK, OSK, NMV, FLA en VSenV) / € 55,- (overige deelnemers). Deelnemerskosten zijn inclusief koffie / thee, deelnemersmap en toegang tot de informatiemarkt; lunch is op eigen gelegenheid.
In verband met het beperkte aantal plaatsen is aanmelding voor 25 september 2009 vereist. Reservering geschiedt op volgorde van aanmelding en is pas definitief na overschrijving van de registratiekosten. Schrijf tijdig in om teleurstelling te voorkomen. Een registratieformulier is op te vragen bij de congresorganisatie: audrey@kroonwagtberghansen.nl.
Posts tonen met het label honoraria. Alle posts tonen
Posts tonen met het label honoraria. Alle posts tonen
2009/05/27
2009/04/07
Workshops voor kunsthistorici
Vooral tijdens een kredietcrisis is het moeilijk om nieuwe projecten zelfstandig te realiseren. Professionals in de kunst-, cultuur- en erfgoedsector zijn dan ook steeds vaker genoodzaakt externe ondersteuning aan te zoeken. Daardoor krijgen kunsthistorici, auteurs, kunstenaars en anderen, die normaliter niet als fondsenwerver werkzaam zijn, toch met subsidietrajecten te maken. Kroon & Wagtberg Hansen organiseert op 9 en 16 oktober 2009 een workshop Subsidie- & fondsenwerving in de kunst-, cultuur- & erfgoedsector. Dit is een training basisvaardigheden voor (startende) professionals, die deelnemers de werving niet uit handen neemt, maar vaardigheden en advies biedt, waarmee zij met zelfvertrouwen aan de slag kunnen. Deelnemers werken in informele sfeer zelf een conceptaanvraag uit.Daarnaast wordt ook een workshop voor freelancers en zelfstandigen in de kunst-, cultuur- en erfgoedsector georganiseerd op 11 en 18 september 2009: De kunsthistoricus als ondernemer. Deze informeert (startende) professionals over tal van praktische zaken; van tarifering en het maken van offertes, tot auteursrecht en contracten met opdrachtgevers, maar ook over verzekeringen en belastingvoordelen, het maken van publiciteit en het voorkomen van conflicten met opdrachtgevers.
De beide workshops vinden plaats op een passende (kunst)historische locatie: de bestuurskamer van Schilderkunstig Genootschap Pulchri Studio te Den Haag. Meer informatie is op te vragen: audrey@kroonwagtberghansen.nl.
Labels:
collegas,
honoraria,
ondernemerschap,
subsidiewerving,
workshop
2008/10/12
Honorering van kunsthistorici
Naar aanleiding van onze workshops over ondernemerschap in de kunst-, cultuur- en erfgoedsector krijgen wij regelmatig vragen van collega's over het bepalen van tarieven voor hun dienstverlening, zoals kunsthistorisch onderzoek, tentoonstellingsorganisatie en tekstredactie. Wij adviseren dan professionele tarieven te hanteren, waarin bedrijfskosten, verplichte afdrachten, gewerkte uren en ingezette expertise worden meegewogen. Academische expertise wordt immers ook in andere vakgebieden marktconform gehonoreerd, denk maar aan de gemiddelde uurtarieven van juristen en artsen.
In deze overtuiging worden wij gesterkt door een persbericht d.d. 7/10/2008 van de Universiteit Leiden: 'Een onderzoeker/uitvinder krijgt een derde deel van de netto-inkomsten uit de kennisexploitatie van onderzoek waarin hij een aandeel heeft gehad, tot een maximum van € 1 miljoen. Dit staat in de Instructie werken voor/met derden van de Universiteit Leiden. Hierin zijn alle regels rond werken voor en met derden gebundeld.' Dit bericht onderstreept, dat het in de Beta-wetenschappen reeds volkomen geaccepteerd is om commerciele, marktconforme tarieven te hanteren voor wetenschappelijk dienstverlening aan derden, en onderzoekers te laten meedelen in de behaalde winstmarges. Nu de Alpha-wetenschappen nog!
Gelukkig zijn er al enkele vooruitstrevende musea in Nederland, die kunsthistorici voor een tentoonstelling een marktconform honorarium bieden, waarin tevens een percentage per binnengehaalde bezoeker is opgenomen. Dit past bij de commercialisering van het museale vakgebied, die de afgelopen jaren mede door de overheid wordt gestimuleerd. De concept-tarievenlijst, die door de vakorganistie voor kunsthistorici VNK in het kader van een inventarisatie recentelijk werd verspreid, staat daarmee in contrast. De daarin genoemde 'redelijke' tarieven, niet gebaseerd op enige vastomlijnde criteria of berekening, liggen onder die van de gemiddelde loodgieter. Opmerkelijk is bovendien, dat hierin rekening is gehouden met het budget van de opdrachtgever, niet de bedrijfskosten van de ondernemer. In de VNK zijn ook opdrachtgevers (kunsthistorici in loondienst bij musea, universiteiten en andere instellingen) vertegenwoordigd, wier belangen verschillen en op sommige punten zelfs strijdig zijn met die van de groep freelancende en zelfstandig ondernemende leden. Het wordt dan ook hoog tijd om een onafhankelijke belangenorganisatie voor zelfstandige vakgenoten op te richten, die dergelijke kwesties met een zakelijke visie aanpakt.
In deze overtuiging worden wij gesterkt door een persbericht d.d. 7/10/2008 van de Universiteit Leiden: 'Een onderzoeker/uitvinder krijgt een derde deel van de netto-inkomsten uit de kennisexploitatie van onderzoek waarin hij een aandeel heeft gehad, tot een maximum van € 1 miljoen. Dit staat in de Instructie werken voor/met derden van de Universiteit Leiden. Hierin zijn alle regels rond werken voor en met derden gebundeld.' Dit bericht onderstreept, dat het in de Beta-wetenschappen reeds volkomen geaccepteerd is om commerciele, marktconforme tarieven te hanteren voor wetenschappelijk dienstverlening aan derden, en onderzoekers te laten meedelen in de behaalde winstmarges. Nu de Alpha-wetenschappen nog!
Gelukkig zijn er al enkele vooruitstrevende musea in Nederland, die kunsthistorici voor een tentoonstelling een marktconform honorarium bieden, waarin tevens een percentage per binnengehaalde bezoeker is opgenomen. Dit past bij de commercialisering van het museale vakgebied, die de afgelopen jaren mede door de overheid wordt gestimuleerd. De concept-tarievenlijst, die door de vakorganistie voor kunsthistorici VNK in het kader van een inventarisatie recentelijk werd verspreid, staat daarmee in contrast. De daarin genoemde 'redelijke' tarieven, niet gebaseerd op enige vastomlijnde criteria of berekening, liggen onder die van de gemiddelde loodgieter. Opmerkelijk is bovendien, dat hierin rekening is gehouden met het budget van de opdrachtgever, niet de bedrijfskosten van de ondernemer. In de VNK zijn ook opdrachtgevers (kunsthistorici in loondienst bij musea, universiteiten en andere instellingen) vertegenwoordigd, wier belangen verschillen en op sommige punten zelfs strijdig zijn met die van de groep freelancende en zelfstandig ondernemende leden. Het wordt dan ook hoog tijd om een onafhankelijke belangenorganisatie voor zelfstandige vakgenoten op te richten, die dergelijke kwesties met een zakelijke visie aanpakt.
Abonneren op:
Posts (Atom)