Posts tonen met het label Nederlands-Indie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nederlands-Indie. Alle posts tonen

2021/03/09

Vrijmetselarij in WO2

Al geruime tijd staat een mooie tentoonstelling klaar om geopend te worden, maar corona kwam er tussen. Later dit jaar zal de expositie Vrijheid en vooroordeel: vrijmetselarij en de Tweede Wereldoorlog alsnog te zien zijn in het Vrijmetselarij Museum in Den Haag. 

Sneak preview van de expositie in het Vrijmetselarij Museum. 
Foto: Ilse van Marrewijk.

Vrijheidsideaal
De vrijmetselarij is een inwijdingsgenootschap en een van de oudste sociale netwerken ter wereld. Sinds de oprichting van de eerste Nederlandse loge (vereniging) in 1734 te Den Haag wordt persoonlijke, religieuze en politieke vrijheid als ideaal uitgedragen door de leden. Door de eeuwen heen moesten de leden hun tolerante levenshouding vaak verdedigen tegen vooroordelen van overheden, kerkelijke machthebbers en publiek. In de Tweede Wereldoorlog kwam het vrijheidsideaal zwaar onder druk te staan, maar werd hieraan toch vastgehouden.

Erfgoedroof
Hitler zag in de vrijmetselarij een Joodse samenzwering en een potentiële bron van verzet. In september 1940 verbood Rijkscommissaris Seyss-Inquart de vrijmetselarij in Nederland en verklaarde haar bezit verbeurd. Vervolgens vond een systematische roof plaats: bankrekeningen werden geplunderd, logegebouwen in beslag genomen, tempels vernietigd, boedels verkocht en kostbaarheden geroofd. De bibliotheek, archieven en museumcollectie van de Grootloge, als ook het historisch bezit van 67 individuele loges werden in beslag genomen en naar Duitsland afgevoerd. Onder de Japanse bezetting raakten de 25 aangesloten loges in Nederlands-Indië eveneens bezittingen kwijt. Zo verdween het collectieve erfgoed van de Nederlandse vrijmetselarij, waaronder bijzondere stukken uit de 18de en 19de eeuw, plotseling uit zicht.

Sneak preview: inrichten van de expositie in het Vrijmetselarij Museum. 
Foto: Ilse van Marrewijk.

Verzet en propaganda
Ondertussen steunde Grootmeester Hermannus van Tongeren (1876-1941) het verzet. De activiteiten van Vrij Nederland en de Groep 2000 werden met geld uit vrijmetselaarskring gefinancierd. Overlevenden vertelden later hoe in Duitse en Japanse kampen illegaal logebijeenkomsten werden gehouden om zo de gemoederen te sterken. Om de vrijmetselarij te bestrijden organiseerden de nazi’s een propaganda-tentoonstelling. Hierin werden de loges afgeschilderd als een ‘volksvijandig’ Joods complot en werden hun rituelen belachelijk gemaakt. Gastconservator dr. Andréa Kroon vond unieke filmbeelden van deze haatdragende tentoonstelling terug. Met medewerking van Beeld en Geluid zijn ze straks voor het eerst sinds 1941 te zien in het Vrijmetselarij Museum.

Vermist erfgoed
Na de bevrijding werd het gedachtengoed op papier (archieven, bibliotheken) met hulp van de geallieerden grotendeels teruggevonden, maar het materiële erfgoed (regalia, rituele voorwerpen, etc.) bleef vermist. Dat verlies werd door de Orde vermoedelijk aanvaard, omdat tijdens de Wederopbouw alle aandacht uitging naar de rouw om overleden Broeders, zorg voor nabestaanden, herstel van gebouwen en oppakken van het verenigingsleven. Sindsdien zijn er geen serieuze opsporingspogingen ondernomen; vrijmetselarij bleef buiten het blikveld van met restitutie belaste organisaties in de erfgoedsector. Begin 21ste eeuw kwam nog wel vermist archiefmateriaal terug uit Moskou, maar het lot van veel voorwerpen is nog altijd onduidelijk.

Filmopnames in het Vrijmetselarij Museum: Henk Ambachtsheer, oud-hoofd afd. Monumentenzorg & Welstand Gemeente Den Haag, vertelt over zijn onderzoek naar de oorlogsperiode. Foto: Blair Kneppers.

Nieuw onderzoeksproject
De expositie gaf de aanzet tot een breder onderzoek. Als kunsthistorica pleit Kroon al jaren voor nader onderzoek naar de erfgoedroof. Zij krijgt van het Mondriaan Fonds nu de kans om dat in 2021-2025 te verrichten. Het nieuwe project wil de omvang en impact van de roof in kaart brengen, en documenteren welke voorwerpen zijn geroofd, vernietigd, gered of geretourneerd. Dat is nodig om identificatie en nieuwe opsporingspogingen mogelijk te maken. Het gaat echter niet alleen om voorwerpen, ook de lotgevallen van loges en leden verdienen herdenking. En ieder voorwerp dat nog kan worden opgespoord, is die inspanning waard. De resultaten worden in 2025 gepresenteerd aan het publiek.

Publicatie
Zowel de expositie als de begeleidende publicatie zijn prachtig vormgegeven door Ilse van Marrewijk. De opening  laat nog even op zich wachten, maar de publicatie is al verkrijgbaar: Andréa A. Kroon, Vrijheid en Vooroordeel: Vrijmetselarij in de Tweede Wereldoorlog, Den Haag 2021, 80 pagina's, rijk geïllustreerd, ISBN 978-90-826826-3-2, €20,- plus porti, te bestellen via info@vrijmetselarijmuseum.nl. 

Publicatie bij de expositie


2018/11/20

Avontuur in Azië



Op 23 november presenteert het Vrijmetselarij Museum te Den Haag haar eerste tentoonstelling: ‘Avontuur in Azië’. Deze belicht een onbekend onderwerp: de vrijmetselarij als wereldwijd sociaal netwerk sinds 1734. De tentoonstelling en het begeleidende magazine zijn samengesteld door gastcurator dr. Andréa Kroon. Zij promoveerde als kunsthistorica op het proefschrift Masonic networks, material culture & international trade (Universiteit Leiden 2015).

Reizende vrijmetselaren
In de 18de eeuw was reizen naar Azië een levensgevaarlijk avontuur. Wie in dienst van de VOC naar een overzeese handelspost vertrok, wist niet of hij de reis zou overleven. Zou hij onderweg schipbreuk lijden, in ‘de Oost’ zijn fortuin maken of jammerlijk bezwijken aan een exotische ziekte? Vaak liet zo’n reiziger zich voor zijn vertrek inwijden tot vrijmetselaar. Als Leerling werd hij opgenomen in de Broederschap: een wereldwijd sociaal netwerk, dat hem onderweg nog goed van pas zou komen. 

Japanse lakdoos met vrijmetselaarssymbolen, begin 19de eeuw.
Collectie Vrijmetselarij Museum, Den Haag.
 
Sociaal vangnet
Het lidmaatschapsbewijs fungeerde als een soort paspoort en reisverzekering tegelijk. Hiermee werd een lid in loges aan verre kusten als 'Broeder' met open armen ontvangen, wegwijs gemaakt in de lokale samenleving en - in geval van nood - in praktische of financiële zin ondersteund. Het samenkomen in de loge herinnerde aan thuis. Onder het genot van een maaltijd en een borrel werden er vrienden gemaakt en zakelijke contacten gelegd, en nieuws van thuis uitgewisseld. Bovendien vertrouwde men het transport van brieven, geldwissels en goederen liever toe aan een Broeder, dan een vreemde.

Band met VOC
Vrijmetselaars bekleedden hoge posities in de VOC, het bestuur van de handelsposten, de bemanning van schepen. De loges vormden een belangrijk netwerk langs de handelsroute naar Nederlands-Indië, India, Ceylon, Japan en China. Leden waren betrokken bij de internationale handel in lakwerk en porselein, en bestelden bijzondere stukken met symbolen uit de ‘geheime’ rituelen. De tentoonstelling biedt een kennismaking met de rol van dit wereldwijde sociale netwerk in de koloniale geschiedenis van Zuidoost-Azië. 

Punchkom met vrijmetselaarssymboliek, 1790-1810.
Collectie Vrijmetselarij Museum, Den Haag
.
Erfgoed
Naast een bijzonder gedachtengoed, liet de vrijmetselarij ook een fascinerende materiële cultuur achter. Loges waren opdrachtgever van allerlei lokale architecten en ambachtslieden. In rituele architectuur, interieurs, rituele en decoratieve voorwerpen raakten westerse en oosterse stijlen vermengd. De bewaard gebleven logegebouwen in Zuidoost-Azië zijn een voorbeeld van gedeeld erfgoed (‘shared heritage’). 

Primeur 
Conform de symboliek van de vrijmetselarij, is de vormgeving van de expositie gebaseerd op de gulden snede. Bovendien presenteert het museum een primeur: bezoekers kunnen letterlijk door de geschiedenis bladeren in een uniek boek, dat op hun handbewegingen reageert. Het is een kruising tussen een ouderwets papieren boek en een digitale kennisomgeving. Al bladerend wordt de bezoeker verrast door beelden die tot leven komen en kan zich via beeld, woord en geluid verdiepen in hoofdpersonen, museale topstukken en 'geheime' symboliek. De techniek achter deze bijzondere ervaring werd speciaal voor het museum ontwikkeld door een ontwerpteam: Meta Menkveld i.s.m. Spatial Motion, Pillar Games en DEFRAME.

Praktische info
De tentoonstelling is nog te zien tot herfst 2019. Het magazine Avontuur in Azië. Vrijmetselarij als wereldwijd sociaal netwerk sinds 1734 (50 pag., ISBN: 978-90-826826-1-8, € 7,50) is in het museum te verkrijgen. Informatie over openingstijden, entreetarieven en activiteiten zijn te vinden op: vrijmetselarijmuseum.nl

2018/07/21

Indische les in Haags Cultuurmenu



Docenten opgelet: in het nieuwe schooljaar wordt binnen het Haags Cultuurmenu een leuke, nieuwe les aangebonden: Je ging op reis en je nam mee? Indisch erfgoed in Den Haag. Leerlingen van het Voortgezet Onderwijs leren daarbij alles over de eeuwenlange migratie, haar invloed op het Haagse stadsbeeld en zelfs de Haagse keuken! Ook gaan ze zelf een Indonesische theemelange mengen en proeven bij een bedrijf met een mooie geschiedenis: de Inproc (Indische Producten Centrale).


K&WH mocht aan deze les meewerken in opdracht van de afdeling Monumentenzorg & Welstand/Gemeente Den Haag. Daarbij hebben we fijn samengewerkt met Sandra Bal, Hoofd Projectenbureau Haagse Musea, en docenten Laura Wielders Museumeducatie en Geerteke van der Kallen. Voor ons is dit een heel mooi staartje van het erfgoedproject Sporen van Smaragd, dat we eerder voor Monumentenzorg mochten uitvoeren.

2016/07/23

Symboliek in architectuur

Hieronder een impressie van de tentoonstelling Symbolen in architectuur: vrijmetselarij van Den Haag tot Java, zoals die op Tong Tong Fair 2016 te zien was: 

Entree tentoonstelling in Cultuurpaviljoen, ontwerp Meta Menkveld. 

Bezoekers nemen selfies in de 'tempel'.
Foto's: Kroon & Wagtberg Hansen, Den Haag.


Ach, net gemist? Het tweede deel van de tentoonstelling is vanaf 29 augustus t/m 16 september 2016 te zien in het Atrium van het Haagse stadhuis. Deze belicht het bijzondere tempelcomplex in De Ruyterstraat 67-67a, dat architect K.P.C. de Bazel in 1913 ontwierp voor de lokale theosofen- en vrijmetselaarsloges. Hij was zelf lid van deze levensbeschouwingen en verwerkte symboliek hieruit in het ontwerp. Het pand, nu onderdeel van het Museum voor Communicatie, is een uniek en toonaangevend voorbeeld van rituele architectuur en westers esoterisch erfgoed. Ook deze tweede expositie, Symbolen in architectuur: de 'tempel' van De Bazel, is een initiatief van de afdeling Monumentenzorg en Welstand.


Replica van een 18de-eeuws Leerlingtableau.

Zijaanzicht van de 'tempel'.
Foto's: Kroon & Wagtberg Hansen, Den Haag.

2016/05/10

Vrijmetselaarstempels: een onderbelichte categorie cultureel erfgoed

Open Monumentendag 2016 zal in het teken van ‘symbolen en iconen’ staan. Daarom kreeg K&WH van de afdeling Monumentenzorg/Gemeente Den Haag de mooie opdracht om een tentoonstelling te maken over Symbolen in architectuur. De expositie belicht een vrijwel onbekende categorie architectuur: de gebouwen van vrijmetselaars.

Inwijding van een vrijmetselaar, gravure, 1745.
Foto: CMC Prins Frederik, Den Haag.
Het eerste deel van de expositie, Symbolen in architectuur (I): vrijmetselarij van Den Haag tot Java, zal vanaf 28 mei te zien zijn op de Tong Tong Fair, het jaarlijkse Aziatische festival op het Malieveld in Den Haag. Vrijmetselarij is een inwijdingsgenootschap, dat veel van haar symboliek ontleent aan het bouwambacht en bijbelse bouwverhalen als dat van de Tempel van Salomo. In de tentoonstelling wordt het ontstaan van de vrijmetselarij in Nederland in 1734 en de rol van loges in de handelscontacten met Azië belicht, als ook de zogeheten logegebouwen die in Den Haag en op Java uit deze activiteiten zijn voortgekomen.
Deze gebouwen worden gekenmerkt door de aanwezigheid van rituele ruimtes, gebruikt voor de inwijdingen. Symbolen spelen een belangrijke rol in dit type gebouwen, zowel in de vorm van decoraties, als in de vorm van 'verborgen' patronen in ontwerpen en plattegronden. Vaak werden ze gebouwd en ingericht door (bekende) architecten en kunstenaars onder de leden van het genootschap, wat ze ook vanuit kunsthistorisch oogpunt van belang maakt.
In Nederland zijn veel logegebouwen gesneuveld in de oorlogsperiode of als gevolg van stadsvernieuwing aan het einde van de 20ste eeuw. Vooral de tempelruimtes moesten het ontgelden. Zo ging eind jaren 90 het meest representatieve voorbeeld op de Fluwelen Burgwal 22 verloren; alleen de gevel staat er nog. Maar Den Haag kan trots zijn op het tempelcomplex in De Ruijterstraat 67-67a, gebouwd in 1913-1916 door architect K.P.C. de Bazel, en nu onderdeel van het Museum voor Communicatie. Dit is een uniek voorbeeld van 'westers esoterische' architectuur. 
De bewaard gebleven logegebouwen op Java zijn eveneens van belang, niet alleen als voorbeeld van dit type rituele architectuur, maar ook als onderdeel van het gedeelde erfgoed (shared heritage) tussen Nederland en Indonesië. De ontwikkeling van de loges en hun ledenbestand, waarin eerst Euraziaten en later ook Aziaten werden opgenomen, weerspiegelde de verschuivingen in koloniale politiek.

Loge De Vriendschap, Soerabaja, opgericht 1809.
Foto: CMC Prins Frederik, Den Haag.
In de tentoonstelling, vormgegeven door Meta Menkveld, kunnen bezoekers zelf de de ‘geheime’ symboliek en rituele functie ontdekken, die de gebouwen van vrijmetselaars zo bijzonder maakt. In september zal het tweede deel van de tentoonstelling, in het kader van Open Monumentendag 2016, te zien zijn in het Atrium van het Stadhuis: Symboliek in architectuur (II): de ‘tempel’ van De Bazel. De aandacht verschuift dan naar het bijzondere, monumentale tempelcomplex van De Bazel uit 1916. Rondom de tentoonstelling wordt een uitgebreid activiteitenprogramma van lezingen, cursussen en rondleidingen door vrijmetselaarstempels aangeboden. Meer informatie is te vinden op tongtongfair.nl/programma en tongtongfair.nl/vrijmetselarij.


2015/12/07

Dodo of geen dodo?

'Bij zon en maan, wind en regen, kom je leuke dingen tegen', zo stond in de jaren 70 in de Nederlande editie van Dr. Seuss leesboekjes. Het spreukje gaat zeker op bij archiefonderzoek, waarbij je soms leuke dingen vindt die helemaal niets met je onderzoeksonderwerp te maken hebben. Zo kwam Andréa Kroon bij haar onderzoek in 19de-eeuwse vrijmetselaarsarchieven uit Semarang (Java), in verder doodserieuze notulenboeken, in een kantlijn een klein schetsje tegen van een vogel. Op het eerste gezicht dacht ze: een dodo! Zoals trouwe bloglezers weten, heeft K&WH namelijk iets met dodo's. In de 19de eeuw was dat beest echter allang uitgestorven, dus is dit niet 'wishful thinking'? Deze doodle zou natuurlijk ook een artistiek minder geslaagd portret van een Javaanse vogel kunnen zijn, of gewoon een 'mislukte' kip of duif.

Schets in archief van loge La Constante et Fidèle, Semarang, ca. 1815. Collectie: CMC 'Prins Frederik', Den Haag. Foto: Kroon & Wagtberg Hansen, Den Haag.
Zoals Andréa in haar recent voltooide proefschrift schrijft, was er in de 18de en 19de eeuw een druk verkeer tussen de verschillende vrijmetselaarsloges langs de handelsroute om de Kaap naar Azië. Uit visiteurenboeken van loges op Java blijkt dat zij regelmatig werden bezocht door Franse vrijmetselaren van Mauritius, die in militaire dienst of een handelsfunctie de wereld afreisden. De dodo had rond 1815, van welk jaar de bewuste notulen dateren, al iets van zijn legendarische status. De vogel werd afgebeeld door natuurhistorici, die het nog altijd niet precies eens zijn over zijn uiterlijk. Je kunt je goed voorstellen, hoe een logelid uit Mauritius in een pauze aan zijn 'Broeder' in Semarang heeft willen uitleggen, welke vreemde vogels vroeger op zijn eiland zwierven. Zou het dan toch een dodo zijn? We zijn benieuwd naar de mening van lezers, reageer gerust.

Schetsen uit het scheepsjournaal van De Gelderland,
begin 17de eeuw. Collectie: Nationaal Archief, Den Haag.
Foto: Wiki Commons.

2014/05/28

Kantjil en de Ooievaar

Vandaag kreeg Den Haag twee bijzondere wajangpoppen aangeboden: een ooievaar en - omdat deze niet hongerig mag worden - een paling. Wajangspeler Ki Ledjar Soebroto overhandigde deze speciaal voor de gelegenheid gemaakte poppen aan wethouder Rabin Baldewsingh bij de opening van drie tentoonstellingen in het Atrium van het Stadhuis.
Oma's sarong, familieverhalen in batik belicht de rijke symboliek van de batik belanda aan de hand van doeken die via Indische families in Nederland terecht zijn gekomen. De tentoonstelling Wajangpoppen toont het bijzondere werk van de gerenommeerde Indonesische wajangspeler Ki Ledjar Soebroto en zijn kleinzoon Ananto Wicaksono, die deze verdwijnende kunstvorm voortzet. De poppen verbeelden het verhaal van Kantjil, het dwerghertje.

Ki Ledjar Soebroto overhandigt de ooievaar wajang aan wethouder
Baldewsingh. Foto: Kroon & Wagtberg Hansen, Den Haag.
De derde tentoonstelling belicht Indisch erfgoed in Den Haag in het kader van het project Sporen van Smaragd van de afdeling Monumentenzorg en Welstand. Een pleintje met een viertal huisjes laat zien welke herinneringen aan voormalig Nederlands-Indië door repatrianten en migranten werden meegenomen naar Den Haag. Die herinneringen zijn als glas-in-lood, gevelsculptuur en andere bouwelementen nog terug te vinden in het huidige stadsbeeld. In het midden het pleintje staat een boom, die bezoekers vraagt wat zij het liefst zouden meenemen bij vertrek uit Den Haag. Zij kunnen het antwoord op een boomblaadje schrijven en dat in de boom hangen, waardoor deze steeds verder groeit met wensen en herinneringen.

Tentoonstelling Indisch Erfgoed, Atrium. Foto: Meta Menkveld, Den Haag.
De opening van deze tentoonstellingen is natuurlijk een opmaat naar de jaarlijkse Tong Tong Fair, die op 29 mei weer losbarst op het Malieveld. K&WH mocht in het kader van Sporen van Smaragd opnieuw meewerken aan een tentoonstelling in het Cultuurpaviljoen. Dit jaar is het thema Heimwee en Inspiratie. De tentoonstelling daagt bezoekers op een speelse manier uit om zelf te ontdekken welke elementen uit het stadsbeeld zijn ontleend aan het dagelijks leven in voormalig Nederlands-Indië. Die elementen kunnen zij terugvinden, voelen, horen en ruiken in reiskisten, wat de presentatie ook geschikt maakt voor jongere bezoekers. (Die speelse elementen maakten de samenwerking met Monumentenzorg en vormgeefster Meta Menkveld aan dit projectonderdeel ook voor K&WH extra leuk.)
Aansluitend op het thema Heimwee & Inspiratie wordt een creatieve workshop georganiseerd op 2 en 3 juni in het Bengkel Theater. Deelnemers kunnen zelf een tasje bedrukken met Haags-Indische motieven. Kunstenares en docente Juliette Pestel ontwierp hiervoor stempels en sjablonen. De workshop zal ook in het Atrium worden aangeboden (data volgen). Fashionista's opgelet: een tasje waarin deze Haags-Indische motieven zijn verwerkt, is tijdens de Tong Tong Fair in een limited edition te koop.



Het kan niet op: op 30 mei vindt in het Tong Tong Theater de première plaats van de documentaire Sporen van Smaragd, die filmmaakster Ida Does verzorgde naar aanleiding van het gelijknamige boek uit 2013. Hierin treedt de bekende schrijfster Yvonne Keuls op als vertelster. Vandaag was K&WH al bij de persviewing, waar Does en Keuls vertelden welke indruk het project op hen heeft gemaakt. Het contrast tussen monumentale schoonheid en de schaduw van het koloniale verleden riep bij hen beiden soms een dubbel gevoel op. Aan de hand van haar eigen familiegeschiedenis neemt Keuls de kijker mee op een reis door de Hofstad, vol herkenning en verrassingen. Deze reis begint bij Nieuwe of Littéraire Sociëteit de Witte, in de 19de eeuw gefrequenteerd door verlofgangers, en eindigt bij het standbeeld van de Indische Tantes op de Fred. De kijker ontdekt prachtig Indisch erfgoed achter gesloten deuren, van ambassadegebouwen tot de Indische Zaal in Paleis Noordeinde. Ida Does heeft in deze documentaire zowel de schoonheid als kwetsbaarheid van dit gedeelde erfgoed in beeld gebracht. Glas-in-lood lijkt dan ook als een rode draad door de film te lopen. De beelden worden ondersteund door prachtige muziek met eveneens Indische inspiraties. Hopelijk wordt de documentaire snel opgepikt door een omroep, want ze verdient een breed publiek.

2013/09/06

Indisch erfgoed bekijken tijdens het Open Monumentenweekend


Detail van het plafond van de Regentenkamer met wapen van
Makassar. Foto: Kroon & Wagtberg Hansen, Den Haag.
Naar aanleiding van het erfgoedproject Sporen van Smaragd kregen we veel vragen van belangstellende over de mogelijkheid om historische panden met een Nederlands-Indisch verleden te bezoeken. Daarom geven we u graag enkele tips mee voor het Open Monumentenweekend 2013.

Op zaterdag 14 september is de Regentenkamer in het voormalige Ministerie van Koloniën aan het Plein - voor het eerst - in het kader van Open Monumentendag te bezichtigen door het publiek. Het voormalige ministeriegebouw, nu onderdeel van de gebouwen van de Staten Generaal, werd in 1860 gebouwd door architect W.N. Rose (geboren te Cheribon). Het rijkversierde interieur van de Regentenkamer, de toenmalige vergaderzaal van de verantwoordelijke minister, werd uitgevoerd in neostijlen en is enkele jaren geleden gerestaureerd. De decoratie weerspiegelt het werkterrein van het ministerie in Nederlands-Indië. Zo zijn in het plafond de wapenschilden van Batavia, Tegal, Makassar en Soerabaja opgenomen. Verder hangen in deze ruimte de portretten van alle opeenvolgende gouverneurs-generaal van Nederlands-Indië.
Kortom, een unieke kans om deze bijzondere ruimte eens van dichtbij te zien. NB: Op 14 september kan men zich aanmelden voor toegang via Lange Poten 4.

Interieur van de Regentenkamer.
Foto: Kroon & Wagtberg Hansen, Den Haag.
Ook een klein aantal andere gebouwen met een historische band met Nederlands-Indië zijn op 14 en/of 15 september toegankelijk: Kneuterdijk 1, het voormalige kantoor van de Nederlandsche Handel-Maatschappij; Zuid-Hollandlaan 7, kantoorgebouw Petrolea van de Nederlandsche Koloniale Petroleum Maatschappij (beter bekend als De Rode Olifant); en Laan van Meerdervoort 7f, het kantoor van de Bond van Eigenaren van Nederlands-Indische Suiker Ondernemingen (nu onderdeel van de Mesdag Collectie).

Informatie over de vele andere deelnemende locaties in de Hofstad, het jaarthema ‘Macht en Pracht’, de openingstijden en de georganiseerde publieksactiviteiten is te vinden in een brochure van de afdeling Monumentenzorg. U kunt de brochure downloaden via deze link. Alvast veel plezier gewenst bij het verkennen van historisch Den Haag!

2013/08/14

Artis ontvangt kunstcollectie Verstijnen

H. Verstijnen in zijn atelier aan Badhuiskade 10.
Collectie: A. Wagtberg Hansen.
Beeldend kunstenaar Henri Verstijnen (1882-1940) begon zijn carrière rond 1900 als ceramiekontwerper. Hij werkte vervolgens als karikaturist voor De Groene Amsterdammer. Bij het grote publiek was hij geliefd om zijn karikaturen van dieren met menselijke trekken. In zijn vrije werk specialiseerde Verstijnen zich in afbeeldingen van (exotische) dieren. Zo tekende en schilderde hij graag tijgers, apen, leguanen, pauwen en tropische vissen. Ook exotische planten, zoals bloeiende nachtcactussen, komen in zijn oeuvre regelmatig voor. Verstijnen ontleende hiervoor inspiratie aan zijn jeugd in Nederlands-Indië en aan bezoeken aan verschillende Europese dierentuinen. Vanaf 1917 tot zijn dood woonde en werkte hij in Den Haag, waar hij vaak in de plaatselijke dierentuin te vinden was. Ook kwam hij regelmatig in Artis in Amsterdam en was hij bevriend met A.F.J. Portielje (1886-1965), zoon van een drukker en auteur van de bekende Verkade-albums.

H. Verstijnen, 'Koud' (maraboutje).
Collectie: A. Wagtberg Hansen.
Verstijnen probeerde de natuur niet alleen weer te geven zoals hij deze met het blote oog zag, maar ook vanuit een vergeestelijkt perspectief. Vanuit zijn theosofische levensvisie trachtte hij de essentie van de natuur, de onzichtbare kern of ‘ziel’ van plant en dier te verbeelden. Zoals een recensent in het NRC opmerkte in 1929, zijn Verstijnens dierafbeeldingen daardoor veel meer dan momentopnames uit het leven in een dierentuin: '[...] het meeste bezit heel sterk een eigen karakter, dat zich kenmerkt door scherpe typeering, die het markantste van ieder dier accentueert. Daardoor zijn de teekeningen en schilderijen geen studies uit Artis, maar samenvattingen van het kenmerkendste in ieder dier [...].'
Verstijnen maakte graag een echt portret van een dier, waarin hij - net als in een mensportret - het karakter of de essentie van de geportretteerde trachtte te vangen. De dieren in zijn schilderijen kijken de toeschouwer vaak recht aan, met een bijna menselijke uitdrukking en ‘bezielde’ blik. Vanuit zijn ervaring als karikaturist kon hij de fysiek van dieren subtiel manipuleren, zodat hun trekken iets menselijks kregen en de toeschouwer een emotie of zielsverwantschap in hun blik meende te ontdekken. Met zijn verfijnde technieken bereikte hij een haast onwerkelijke ‘verscherping’ van het beeld, een werking die uitgaat van de textuur van veren of schubben, de dromerige omgeving (boven of onder de zeespiegel) en de glans of gladheid van het oppervlak van het doek.

H. Verstijnen, Harpijarend, collectie Drents Museum,
afgebeeld op de omslag van de monografie
over de kunstenaar (Waanders, 2006).
Soms ging Verstijnen nog een stapje verder, en tekende hij fantasiedieren. Deze zijn te vinden in hele kleine schetsontwerpen voor de Société Céramique te Maastricht, maar ook in pastels van fantasielandschappen en prachtig uitgewerkte tekeningen van de 'Fabelvogel Rock'. Zijn levendige fantasie maakte hem ook een goede illustrator van kinderboeken en jeugdtijdschriften. Bekend van zijn hand zijn onder meer de illustraties voor Peter Pan in den Wondertuin (1929) en Kantjil, het dwerghertje (1936).
In 2006 schreef K&WH voor het Drents Museum in Assen een monografie over deze boeiende kunstenaar. Hierin zijn veel werken uit familiebezit afgebeeld, die enige jaren eerder aan het museum waren geschonken. Meer recentelijk zijn 155 andere werken uit de collectie van de kleindochter van de kunstenaar, illustratrice Céline Leopold, geschonken aan Artis.

2013/05/24

Juwelenregen


Op 22 mei nam wethouder Rabin Baldewsingh in het Bengkel-Theater van de Tong Tong Fair het eerste exemplaar in ontvangst van de publicatie Sporen van Smaragd. Indisch erfgoed in Den Haag, 1853-1945. Na drie jaar een van de leukste onderzoeken naar de stadsgeschiedenis uit onze loopbaan te hebben mogen verrichten voor de afdeling Monumentenzorg van de Gemeente Den Haag, ligt daar dan eindelijk het boek. Toch wordt daarin slechts het topje van de spreekwoordelijke ijsberg besproken. We hebben inmiddels een bestand opgebouwd met een kleine 2.000 relevante locaties in Den Haag die getuigen van de band met voormalig Nederlands-Indië, dus het was moeilijk - erg moeilijk - om hieruit een selectie van enkele tientallen, meest representatieve voorbeelden te maken. Het is een bonte, boeiende mix geworden.

Interieurdecoraties van overheidsgebouwen waren in de 19de eeuw gericht op het uitstralen van gezag over de kolonie, terwijl internationale bedrijven door middel van geveldecoraties aan consumenten de boodschap gaven dat zij ook in Nederlands-Indië voor hen klaar stonden. In de luxe villa’s van repatrianten werden herinneringen aan Indië vervat in een Javaanse naam, gevelsculptuur of glas-in-lood. In Indië geboren architecten kozen vaak voor de strakke belijning van de Nieuwe Haagsche School, terwijl in de onopvallende woonhuizen van kunstenaars en auteurs culturele uitwisseling in de praktijk plaatsvond. Rond 1900 schoten toko’s als paddenstoelen uit de grond, en ontmoetten migranten elkaar in verenigingsgebouwen.
Architectuur hangt dus samen met gemeenschapsvorming. Monumenten hebben niet alleen een bouwhistorische waarde; ze zijn een weerspiegeling van de sociale, culturele of religieuze context waarin ze tot stand zijn gekomen. Daarom besteedt dit boek niet alleen aandacht aan panden met bijzondere Indische kenmerken, maar ook aan de voormalige eigenaars en bewoners. De gevels en interieurs weerspiegelen hun identiteit, ambities en herinneringen. De publicatie Sporen van Smaragd brengt de materiële neerslag van de uitwisseling tussen Oost en West in beeld, die zowel positieve als negatieve aspecten heeft gekend.

Iedereen blij met het boek! 

Foto: Ebbert Olierook, Museon.

Om het feestje compleet te maken, wordt het boek begeleid door twee tentoonstellingen en een symposium. De tentoonstelling in het Atrium van het Haagse stadhuis volgt de thematische indeling van het boek en laat de mooiste foto's tot hun recht komen in de grote lichtbakken. De tweede tentoonstelling in het Cultuurpaviljoen van de Tong Tong Fair verbindt de 'sporen' van de 'Gordel van Smaragd' in het historische en hedendaagse stadsbeeld met elkaar. Deze expositie is bijzonder vormgegeven als een kleine 'stad' door grafisch ontwerpster Meta Menkveld, met wie we met veel plezier hebben samengewerkt. Hierin wordt ook aandacht gevraagd voor 'Een onvergetelijk evenement': de Indische Tentoonstelling van 1932 in het Westbroekpark, waarvan dankzij medewerking van het Instituut voor Beeld en Geluid te Hilversum unieke filmbeelden te zien zijn. De productie van deze expositie werd verzorgd door het Museon, wat heel toepasselijk is omdat haar voorloper, het Museum voor het Onderwijs, ook nauw bij het evenement van 1932 betrokken was. 

Impressie van de stand met expositie in het Cultuurpaviljoen.
Foto: Ebbert Olierook, Museon.
K&WH is regelmatig in de informatiestand over het project aanwezig, dus kom gerust bijpraten. Ondertussen genieten ook wij en het team van Monumentenzorg afentoe van een tjendol en al het andere dat de Tong Tong Fair te bieden heeft, en pikken we een boeiende lezing mee in het Bibit-Theater. Op 31 mei wordt de projectpresentatie in datzelfde theater afgesloten met een symposium rond het thema Gedeeld Erfgoed - Shared Heritage. Haags-Indische monumenten als getuigen van culturele uitwisseling, 1853-1945, waarvoor zich inmiddels al meer dan 150 deelnemers hebben aangemeld. Meer informatie over het programma is hier te vinden; aanmelden kan nog t/m 27 mei via info@sporenvansmaragd.nl.

Graag geven we lezers de slotzin van het boek mee: 'De titel van het project refereert aan de "sporen" van de "Gordel van Smaragd". Die zijn als een juwelenregen over de stad verspreid. Dit gedeelde erfgoed verdient het om herontdekt en gekoesterd te worden'. 

2013/04/22

Presentatie 'De Indische stad'


De stadskaarten liggen klaar om uitgedeeld te worden...

De Regentenkamer in het voormalige ministerie van Koloniën aan het Plein 1 in Den Haag, was ooit de vergaderruimte van de verantwoordelijke minister. Het historische interieur herinnert aan de band met voormalig Nederlands-Indië. Zo zijn de portretten van alle gouverneurs-generaals in lijsten gevat en zijn in het plafond de wapens van Batavia, Soerabaja, Makassar en Tegal aangebracht. Het gebouw dateert uit 1860, toen het werd gebouwd naar ontwerp van architect Nicolaas Rose, zelf geboren te Cheribon.

Aanwezigen bewonderen de
plafondschilderingen.
Op deze schitterende locatie werd op 22 april 2013 De Indische stad gepresenteerd, een stadskaart waarmee zowel te voet als virtueel langs Haags-Indisch erfgoed gewandeld kan worden. Na een korte inleiding over het erfgoedproject Sporen van Smaragd door Henk Ambachtsheer, hoofd van de afdeling Monumentenzorg, kreeg wethouder Rabin Baldewsingh het woord. Hij overhandigde het eerste exemplaar van De Indische stad aan Marcel Timmer van Microsoft Nederland, omdat bij de ontwikkeling van deze bijzondere stadskaart gebruik is gemaakt van de Microsoft Tag app. Vervolgens gaf grafisch ontwerpster, Meta Menkveld, een toelichting op de totstandkoming van de kaart. 

Marcel Timmer 
bewondert
De Indische stad.
Menkveld ontwikkelde tijdens haar studie (na een toevallige ontdekking) een nieuwe variant op de QR-code. Iedereen kent al de abstracte vierkantjes die met een smartphone worden gescand om informatie te ontsluiten. Menkveld ontwierp echter scanbare illustraties, waardoor de informatie die in de code is opgeslagen ook een visueel zeer aantrekkelijke vorm heeft gekregen.
Speciaal voor het project Sporen van Smaragd ontwierp zij scanbare icoontjes met typisch Indische voorstellingen, zoals een wajangpop, een Balinese danseres en een Minangkabaus huis. Deze zijn verwerkt in de stadsplattegrond en kunnen met de smartphone app worden gescand om meer informatie over locaties met een Nederlands-Indisch verleden te ontdekken.

Meta Menkveld licht
het ontwerp toe.
K&WH maakte in opdracht van Monumentenzorg de selectie van historische locaties, die in de nieuwe stadskaart worden belicht. Het resultaat van de prettige samenwerking met Menkveld is een kaart die vanwege het kleine, gevouwen formaat gemakkelijk mee te nemen is tijdens een wandeling, en tegelijkertijd voor geïnteresseerden in grafisch design een uniek verzamelobject vormt! Meer informatie is te verkrijgen via info@sporenvansmaragd.nl.

2013/03/06

Symposium over Haags-Indische monumenten

De culturele uitwisseling tussen Nederland en haar voormalige overzeese gebiedsdelen heeft een rijke materiële cultuur voortgebracht. De bewaard gebleven bouwwerken zijn van belang voor de architectuurgeschiedenis, omdat ze blijk geven van een bijzondere vermenging van westerse en oosterse stijlen, en hebben tevens een belangrijke educatieve functie, omdat ze aan zowel positieve als negatieve aspecten van de koloniale periode herinneren. De zorg voor dit ‘gedeelde erfgoed’ (shared heritage) valt onder het aandachtsgebied van Monumentenzorg.

Kneuterdijk 1, voormalig gebouw Nederlandse Handels-Maatschappij, gevelreliëf  Foto: Kroon & Wagtberg Hansen, Den Haag.
Den Haag is een belangrijk voorbeeld van een stad, die door haar eeuwenlang deelname aan internationaal verkeer een multicultureel karakter heeft gekregen. Vooral de historische band met voormalig Nederlands-Indië, de ‘Gordel van Smaragd’, heeft haar sporen in het stadsbeeld achtergelaten. Dit gedeelde erfgoed werd recentelijk geïnventariseerd in het project Sporen van Smaragd door de afdeling Monumentenzorg van de Gemeente Den Haag in samenwerking met het Haags Historisch Museum. Het project, uitgevoerd door bureau Kroon & Wagtberg Hansen, laat zien hoe gedeeld erfgoed een rol kan spelen in monumentenbeleid, educatie en citymarketing.

Naar aanleiding van dit project organiseert de afdeling Monumentenzorg een symposium over het onderwerp: Gedeeld Erfgoed – Shared Heritage. Haags-Indische monumenten als getuigen van culturele uitwisseling, 1853-1945. Monumentenzorg Den Haag kreeg daarbij medewerking van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Als passende locatie is gekozen voor de Tong Tong Fair, het grootste Indische festival ter wereld, dat dit jaar voor de 55ste maal in Den Haag plaatsvindt. Het symposium is toegankelijk voor zowel architectuur- en erfgoedprofessionals, als studenten en alle andere geïnteresseerden in Indisch erfgoed. Het symposium wordt afgesloten met een panelgesprek over de toekomst van gedeeld erfgoed. Klik hier voor het volledige programma en informatie over aanmelding.

2013/02/15

Oproep: wie heeft filmbeelden van de Indische Tentoonstelling van 1932?

Replica van de Tjandi Bentar (Gespleten Poort) bij de ingang van de
Indische Tentoonstelling in het Westbroekpark te Den Haag, 1932.
Foto: Haags Gemeentearchief.
Sinds 2010 verzorgt K&WH in opdracht van Monumentenzorg Den Haag het project Sporen van Smaragd. Het project brengt Nederlands-Indisch erfgoed in Den Haag uit de periode 1853-1945 in kaart. Binnenkort worden de resultaten van het project gepresenteerd in publicaties en evenementen. Zo zal in het Cultuurpaviljoen van de komende Tong Tong Fair ook dit jaar weer een informatiestand van het project te vinden zijn. Dit maal wordt hierbij een expositie georganiseerd over Een onvergetelijk evenement: de Indische Tentoonstelling van 1932 in het Westbroekpark.

De Indische Tentoonstelling was in 1932 de grootste die Nederland tot dan toe had gezien. Bezoekers keken hun ogen uit bij het zien van prachtige tempels en typerende inlandse woonhuizen, die in het park waren nagebouwd. Men kon van mei tot en met oktober de expositiepaviljoens met bijzondere kunstvoorwerpen en commerciële producten bezoeken, diorama’s van Indische landschappen bekijken en genieten van exotische gerechten in het restaurantpaviljoen Waroong Djawa. Ondanks het spectaculaire karakter van dit historische evenement, zijn hiervan nauwelijks filmbeelden bewaard gebleven. De tentoonstelling werd volledig afgebroken en alleen het geliefde Minangkabause huis werd nog enkele jaren op andere Haagse locaties opgesteld.

Meer dan 400.000 bezoekers bezochten destijds het evenement. K&WH is ervan overtuigd dat een van die bezoekers filmbeelden moet hebben gemaakt van de schitterende Indische Tentoonstelling. We hopen dat deze beelden juist nu boven water komen, zodat ze in de komende expositie kunnen worden vertoond. Wie een filmpje of ander bijzonder souvenir aan de tentoonstelling bezit, wordt dan ook opgeroepen omcontact op te nemen met de projectorganisatie via: info@sporenvansmaragd.nl.

2012/05/10

Jan Toorop en Arendsdorp (1927)

Voor het project Sporen van Smaragd hebben we onderzoek gedaan naar de vele tijdelijke locaties in Den Haag, waar voor 1945 Indische evenementen zijn georganiseerd. Een klein, maar bepaald niet onbelangrijk evenement was het 'Indische openluchtfeest' dat van 22 t/m 26 juni 1927 werd georganiseerd in de tuin van Huize Arendsdorp aan de Wassenaarseweg, op het landgoed van M.A.O.C. gravin van Bylandt (1874-1969). Het doel was om geld in te zamelen voor liefdadigheid en de toenadering tussen Nederland en ‘Insulinde’ te bevorderen. Het evenement kwam dan ook tot stand met medewerking van de culturele Indische vereniging ‘Eurasia’.


Marktstraatje bij tuinfeest Arendsdorp, 1927.
Foto: Haags Gemeentearchief.
Dit was echter niet zomaar een 'fancy fair'. Door de welgestelde organisatoren werden grote investeringen gedaan. Voor het ontwerp van een marktstraat met Indische en Hollandse eettentjes (saté en poffertjes) werd architect Gerard Barend Audier (geb. 1887) gestrikt. Vers fruit, ‘noch nimmer in dit land ingevoerd’, werd speciaal met het stoomschip Tjeremai overgebracht uit Nederlands-Indie. De prins der Nederlanden was voorzitter van het ere-comité en ook de overige namen op de lijst waren indrukwekkend. De Sultan van Djokja en zijn familie stelden kunst- en gebruiksvoorwerpen ter beschikking voor een verkoopexpositie. Kunstenaar Jan Toorop (1858-1928) werd gevraagd een ontwerp voor de omslag van het programma te maken, dat een Javaanse danser voorstelt en werd gedrukt door NV Drukkerij Ten Hagen.

Jan Toorop, omslag programmaboekje
tuinfeest Arendsdorp, 1927. Het bijschrift
luidt: 'Het ornamentaal lynen-rythme is
zuiver-scherp ontstaan uit het gebaar
van dezen dans'. Collectie Haags
Gemeentearchief.
 (Dat wilden we natuurlijk zien! Het ontwerp bleek echter moeilijk te traceren; het wordt niet in de gebruikelijke bronnen vermeld. Bij de RKD vonden we wel een afbeelding van een ‘oosterse danser’, maar met vermelding ‘verblijfplaats onbekend’ en zonder referentie aan Arendsdorp. Gelukkig heeft het Haags Gemeentearchief ook veel zeldzame pamfletten in huis, dus vonden we in haar catalogus een programma van een ‘Indisch openluchtfeest’, maar dan weer zonder referentie aan Toorop. Lang verhaal kort: we hebben een exemplaar van de litho gevonden, zie afbeelding. Terug naar het feest.)

Bezoekers konden vast niet kiezen. Ze hadden gelegenheid tot gondeltochten, bal champêtre, kermisbezoek en een keuze uit een – op zijn zachtst gezegd eclectisch – variétéprogramma. Naast muziek van een antieke gamelan (pelog), krontjongorkest, Hawaiian en jazz ensembles en gelegenheid tot dansen, waren er demonstraties van zowel een Indische hofdans (serimpi) als Nederlandse volksdansen. Men kon een optreden van ‘Prof. Rebus, Duitsch-Amerikaansche Goochelaar’ bijwonen of wellicht een uitvoering van een ‘Boeginees openluchtspel’: De kostbare sproke (1926) van Marie van Zeggelen (1870-1957). In een tent van de firma De Gruyter werd een maquette van een theeplantage tentoongesteld. Er was ‘een postkantoor, gelegenheid om te telefoneeren en zich te laten wegen’, een aantrekkelijke optie, in één adem genoemd met de aanwezigheid van een rad van fortuin, waarzegsters (meervoud!) en een fakir. ‘Poffertjes en wafels zullen niet ontbreken, evenmin als hopjes, de fijnste bonbons, chocolade, lekkernijen en parfums’, zo vermeldde het programma.
De prijs van toegangskaarten was 1 gulden voor de eerste dag en 50 cent voor de overige dagen. Voor de afzonderlijke onderdelen moest apart worden betaald. De netto-opbrengst voor het goede doel was 15.536 gulden en 2 cent. Ook van de koningin-moeder werd een gift ontvangen. 

Jammer dat we er niet bij konden zijn. Gelukkig zijn van de opening van het tuinfeest deze unieke filmbeelden bewaard gebleven:



2011/11/09

Berlage en Indië

Bij Uitgeverij 010 verscheen recentelijk een boek(je) van Herman van Bergeijk, waarin H.P. Berlage's fascinatie met Nederlands-Indië voor het eerst overzichtelijk wordt belicht.
De bekende architect realiseerde in 1900 en 1913 gebouwen in Soerabaja en Batavia en maakte in 1923 een rondreis op uitnodiging van Indische kunstenaars- en architectenverenigingen. Zijn Reisbrieven verschenen in de Haagse krant Het Vaderland. Vervolgens kreeg Berlage opdrachten om een rapport over de tempels in Prambanan uit te brengen en een uitbreidingsplan voor Batavia te ontwerpen. Hij maakte schetsen en zoog de Indische cultuur in zich op. In 1931 werd Mijn Indische reis. Gedachten over cultuur en kunst uitgegeven. Van Bergeijk geeft een chronologisch overzicht van al deze ontwikkelingen en hun impact op het oeuvre van de architect. In bijlagen zijn daarnaast voordrachten, rapporten en brieven gebundeld en daarmee makkelijker toegankelijk gemaakt. Berlage en Nederlands-Indië. 'Een innerlijke drang naar het schoone land' is daardoor een mooie aanvulling op de bestaande literatuur over deze architect.

2011/06/09

Indische sferen in Couperus Museum

Tekening van de Borobudur
door H.P. Berlage.
Collectie: NAi, Rotterdam.
De Tong Tong Fair is voorbij, maar Den Haag blijft nog even in Indische sferen. In het Louis Couperus Museum is net de tentoonstelling Inspiratie uit Nederlands-Indië. Louis Couperus, Isaac Israels en H.P. Berlage geopend (te zien t/m 6 november 2011). In de periode 1921-1923 reisden deze schrijver, kunstenaar en architect naar Nederlands-Indië. Geïnspireerd door de Oost schreef Couperus artikelen voor de Haagsche Post (later gebundeld in Oostwaarts, 1923). Israels – die Couperus had ontmoet op de boot van Java naar Bali – tekende, schilderde en maakte grafiek. Berlage schreef een dagboek met schetsen (later gepubliceerd als Mijn Indische reis. Gedachten over cultuur en kunst, 1931). Op de tentoonstelling zijn (kunst)objecten en beschrijvingen van de drie kunstenaars te zien.

2011/06/01

Sporen van Smaragd op Tong Tong Fair (II)

Inmiddels is de Tong Tong Fair alweer halverwege en zijn we erg tevreden over de belangstelling voor het project Sporen van Smaragd. Hieronder enkele impressies: 

De stand van Sporen van Smaragd in het Cultuurpaviljoen
De bemanning door K&WH en de afdeling Monumentenzorg van de Gemeente Den Haag.
Lezing door K&WH over het project in het Bibit Theater.

2011/05/20

Sporen van Smaragd op Tong Tong Fair

De jaarlijkse Tong Tong Fair (voorheen Pasar Malam Besar) op het Malieveld is een oude bekende in Den Haag, die vermoedelijk geen introductie behoeft. Jaarlijks zijn hier stands met Indische waren en lekkernijen, optredens van artiesten en presentaties van culturele verenigingen te vinden.
Normaal gesproken zijn de dames K&WH trouwe bezoekers, maar dit jaar staan we zelf in de stand van het project Sporen van Smaragd in het Cultuurpaviljoen. Zoals eerder bericht op deze blog, is het project gericht op de inventarisatie van het gebouwde erfgoed van Nederlands-Indië in Den Haag uit de periode voor 1945. Voorbeelden zijn woonhuizen van oud-Indiëgangers, bedrijfspanden van Indische maatschappijen, toko’s, ontwerpen van Indische architecten en stijlelementen met Indische inspiratie. Het project is een initiatief van Monumentenzorg Gemeente Den Haag i.s.m. het Haags Historisch Museum.
Komt u naar het festival? Van 25 mei t/m 5 juni 2011 kunt u dagelijks van 12 tot 18 uur terecht bij de stand van ‘Sporen van Smaragd’ in het Cultuurpaviljoen om kennis te maken met het project. Veel bezoekers van het festival hebben zelf een Haags/Indisch verleden. U wordt dan ook uitgenodigd om in de stand suggesties achter te laten over panden en architectuurdetails, die mogelijk in aanmerking komen voor de inventarisatie. Uw suggesties zijn natuurlijk ook welkom via info@sporenvansmaragd.nl.
Op 1 juni a.s. zal drs. Andréa Kroon een lezing over het project verzorgen als onderdeel van het festivalprogramma; de actuele programma-informatie plaatsen we z.s.m. op deze blog.

2010/11/19

Project 'Sporen van Smaragd' gepresenteerd (Update)

Gevel van villa Hejmo Nia, Parkweg 9a, Den Haag.
Foto: Kroon & Wagtberg Hansen, Den Haag.
Op 19 november wordt het project Sporen van Smaragd. Nederlands-Indisch erfgoed in Den Haag, 1853-1945 gelanceerd door wethouder Rabin S. Baldewsingh. Het project is een initiatief van de afdeling Monumentenzorg (DSO) van de Gemeente Den Haag in samenwerking met het Haags Historisch Museum, en wordt verzorgd door Kroon & Wagtberg Hansen. De website sporenvansmaragd.nl verwijst naar de drie onderdelen van het project: de inventarisatie, de beeldbank en het kennisnetwerk.

Bedreigd erfgoed
Den Haag heeft al eeuwen een multicultureel karakter. In haar geschiedenis neemt vooral de band met voormalig Nederlands-Indië een voorname plaats in. De culturele en commerciële uitwisseling tussen Nederland en Indië heeft vele zichtbare sporen achtergelaten in de stad. Maar die Indische elementen verdwijnen langzaam uit het stadsbeeld, onder meer door verbouwing of sloop voor stadsvernieuwing. Het is van belang dat kenmerkende voorbeelden van het Indische culturele erfgoed in Den Haag behouden blijven.

Inventarisatie
In opdracht van Monumentenzorg voert K&WH daarom in 2010-2011 daarom een inventarisatie van relevante Haagse gebouwen uit. Zowel bedrijfspanden van (voormalige) Indische organisaties, restaurants en toko’s, als woonhuizen van oud-Indiëgangers, panden van Indische architecten en gebouwen met Indische stijlelementen komen in aanmerking. Het beoogde resultaat is een database, waaruit bij toekomstig monumentenbeleid kan worden geput.

Doe mee!
Ongetwijfeld bevindt zich nog relevant Indisch erfgoed achter gesloten deuren, zoals in particuliere woonhuizen. En onder (oud)Hagenaars en de Indische gemeenschap is nog veel kennis voorhanden, die niet in archieven is gedocumenteerd. Het publiek wordt dan ook opgeroepen om actief te participeren.
Hoe kunt u helpen? Meldt relevante gebouwen, bewaard gebleven interieurs of documentatie via info@sporenvansmaragd.nl.
Speur met ons mee en leg vast wat u ziet. Maak foto's van relevante historische gebouwen en architectuurdetails in de Hofstad, en voeg deze toe aan de beeldbank ‘Sporen van Smaragd’ op Flickr.com. De groepspagina van het project op deze bekende fotowebsite is voor iedereen toegankelijk. Met uw hulp kan de beeldbank uitgroeien tot een belangrijke documentatie van Haags Indisch erfgoed.

Kennisnetwerk
Den Haag is niet de enige plek waar zich Indisch erfgoed bevindt. In Nederland is veel kennis over Indisch erfgoed voorhanden bij erfgoedinstellingen, universiteiten en Indische organisaties. Professionals worden uitgenodigd om deel te nemen aan het online kennisnetwerk, sporenvansmaragd.ning.com. Via het netwerk kunnen zij hun collecties en onderzoek presenteren, kennis en onderzoeksvragen uitwisselen, maar ook evenementen, projecten en publicaties aankondigen. Het netwerk kan zou uitgroeien tot een herkenbaar ‘gezicht’ en makkelijk vindbaar aanspreekpunt voor het vakgebied.

Update 20-11-2010:
Een impressie van de middag met filmpje en foto's is te vinden op Indisch4ever.  

2010/05/29

Familie Verstijnen

[Afb.: Engelbert Verstijnen met zijn vrouw, kinderen François, Henri en Theodora, en zijn schoondochters, de zusjes Kock. Collectie K&WH]

Al jaren doet K&WH onderzoek naar de geschiedenis van het geslacht Verstijnen, in bijzonder de artistiek-literaire generaties tussen 1885-1945. Zo verzorgden we in 2006 een tentoonstelling en monografie over beeldend kunstenaar en politiek karikaturist Henri Verstijnen (1882-1940) voor het Drents Museum en Museum Mesdag.
De genealogische wortels van het Rooms-katholieke geslacht Verstijnen liggen in het Brabantse Haaren, waar de familie van herenboeren zich in de 17de en 18de eeuw uitbreidde en een vaste plaats in de welgestelde burgerij veroverde. In de 19de eeuw trok een generatie ingenieurs naar de koloniën:
  • Franciscus Verstijnen (1839-1910), landmeter en later chef van het kadaster in Nederlands-Indië,
  • Engelbert Verstijnen (1849-1936), chef van het kadaster in Nederlands-Indië,
  • Cees Verstijnen (1882-1944), werkbouwtuigkundig ingenieur, uitvinder en later directeur van de Enka kunstzijdefabriek.
De generatie van rond 1900 bewoog zich in een opmerkelijk sociaal netwerk, waarin de artistieke, literaire en intellectuele avant-garde samenkwam, als ook leden van utopische organisaties en levensbeschouwelijke genootschappen:
  • Francois Verstijnen (1878-1949), notaris van Scheveningen en theosoof,
  • Henri Verstijnen (1882-1940), beeldend kunstenaar, politiek karikaturist en theosoof,
  • Theodora Verstijnen (1898-1988), leidster van een kindertehuis en dichteres,
  • Elisabeth Verstijnen (1874-19xx), beeldhouwster.
De daaropvolgende generatie was politiek geengageerd voor, tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog:
    • Jef Last (1898-1972), controversieel auteur en radicaal politiek activist,
    • Eric Verstijnen (1910-1945), student Rechten te Leiden, karikaturist en verzetslid.

    [Afb.: Eric Verstijnen ca. 1940. Collectie K&WH]
    Nog in leven is Eric's zus, Madelon Verstijnen (geb. 1916, grootmoeder van Audrey Wagtberg Hansen van K&WH). Zij was studente Assyriologie te Leiden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze reisde naar Parijs, om zich bij de verzetsgroep te voegen waartoe ook haar broer behoorde, maar werd na aankomst gearresteerd. Haar daaropvolgende ervaringen publiceerde ze in 1991 in Mijn oorlogskroniek; Met de ontsnapping Buchenwald-Colditz 15-21 april 1945. Dit bijzondere egodocument vormde recentelijk de basis voor de documentaire Ontsnapt van omroep RTV West, die hier online te beklijken is.
    Oproep: Heeft u een van de genoemde Verstijnens gekend, of hierover nog informatie, foto's of correspondentie? Neem dan contact op met audrey@kroonwagtberghansen.nl.