Posts tonen met het label congres. Alle posts tonen
Posts tonen met het label congres. Alle posts tonen

2013/05/24

Juwelenregen


Op 22 mei nam wethouder Rabin Baldewsingh in het Bengkel-Theater van de Tong Tong Fair het eerste exemplaar in ontvangst van de publicatie Sporen van Smaragd. Indisch erfgoed in Den Haag, 1853-1945. Na drie jaar een van de leukste onderzoeken naar de stadsgeschiedenis uit onze loopbaan te hebben mogen verrichten voor de afdeling Monumentenzorg van de Gemeente Den Haag, ligt daar dan eindelijk het boek. Toch wordt daarin slechts het topje van de spreekwoordelijke ijsberg besproken. We hebben inmiddels een bestand opgebouwd met een kleine 2.000 relevante locaties in Den Haag die getuigen van de band met voormalig Nederlands-Indië, dus het was moeilijk - erg moeilijk - om hieruit een selectie van enkele tientallen, meest representatieve voorbeelden te maken. Het is een bonte, boeiende mix geworden.

Interieurdecoraties van overheidsgebouwen waren in de 19de eeuw gericht op het uitstralen van gezag over de kolonie, terwijl internationale bedrijven door middel van geveldecoraties aan consumenten de boodschap gaven dat zij ook in Nederlands-Indië voor hen klaar stonden. In de luxe villa’s van repatrianten werden herinneringen aan Indië vervat in een Javaanse naam, gevelsculptuur of glas-in-lood. In Indië geboren architecten kozen vaak voor de strakke belijning van de Nieuwe Haagsche School, terwijl in de onopvallende woonhuizen van kunstenaars en auteurs culturele uitwisseling in de praktijk plaatsvond. Rond 1900 schoten toko’s als paddenstoelen uit de grond, en ontmoetten migranten elkaar in verenigingsgebouwen.
Architectuur hangt dus samen met gemeenschapsvorming. Monumenten hebben niet alleen een bouwhistorische waarde; ze zijn een weerspiegeling van de sociale, culturele of religieuze context waarin ze tot stand zijn gekomen. Daarom besteedt dit boek niet alleen aandacht aan panden met bijzondere Indische kenmerken, maar ook aan de voormalige eigenaars en bewoners. De gevels en interieurs weerspiegelen hun identiteit, ambities en herinneringen. De publicatie Sporen van Smaragd brengt de materiële neerslag van de uitwisseling tussen Oost en West in beeld, die zowel positieve als negatieve aspecten heeft gekend.

Iedereen blij met het boek! 

Foto: Ebbert Olierook, Museon.

Om het feestje compleet te maken, wordt het boek begeleid door twee tentoonstellingen en een symposium. De tentoonstelling in het Atrium van het Haagse stadhuis volgt de thematische indeling van het boek en laat de mooiste foto's tot hun recht komen in de grote lichtbakken. De tweede tentoonstelling in het Cultuurpaviljoen van de Tong Tong Fair verbindt de 'sporen' van de 'Gordel van Smaragd' in het historische en hedendaagse stadsbeeld met elkaar. Deze expositie is bijzonder vormgegeven als een kleine 'stad' door grafisch ontwerpster Meta Menkveld, met wie we met veel plezier hebben samengewerkt. Hierin wordt ook aandacht gevraagd voor 'Een onvergetelijk evenement': de Indische Tentoonstelling van 1932 in het Westbroekpark, waarvan dankzij medewerking van het Instituut voor Beeld en Geluid te Hilversum unieke filmbeelden te zien zijn. De productie van deze expositie werd verzorgd door het Museon, wat heel toepasselijk is omdat haar voorloper, het Museum voor het Onderwijs, ook nauw bij het evenement van 1932 betrokken was. 

Impressie van de stand met expositie in het Cultuurpaviljoen.
Foto: Ebbert Olierook, Museon.
K&WH is regelmatig in de informatiestand over het project aanwezig, dus kom gerust bijpraten. Ondertussen genieten ook wij en het team van Monumentenzorg afentoe van een tjendol en al het andere dat de Tong Tong Fair te bieden heeft, en pikken we een boeiende lezing mee in het Bibit-Theater. Op 31 mei wordt de projectpresentatie in datzelfde theater afgesloten met een symposium rond het thema Gedeeld Erfgoed - Shared Heritage. Haags-Indische monumenten als getuigen van culturele uitwisseling, 1853-1945, waarvoor zich inmiddels al meer dan 150 deelnemers hebben aangemeld. Meer informatie over het programma is hier te vinden; aanmelden kan nog t/m 27 mei via info@sporenvansmaragd.nl.

Graag geven we lezers de slotzin van het boek mee: 'De titel van het project refereert aan de "sporen" van de "Gordel van Smaragd". Die zijn als een juwelenregen over de stad verspreid. Dit gedeelde erfgoed verdient het om herontdekt en gekoesterd te worden'. 

2013/03/06

Symposium over Haags-Indische monumenten

De culturele uitwisseling tussen Nederland en haar voormalige overzeese gebiedsdelen heeft een rijke materiële cultuur voortgebracht. De bewaard gebleven bouwwerken zijn van belang voor de architectuurgeschiedenis, omdat ze blijk geven van een bijzondere vermenging van westerse en oosterse stijlen, en hebben tevens een belangrijke educatieve functie, omdat ze aan zowel positieve als negatieve aspecten van de koloniale periode herinneren. De zorg voor dit ‘gedeelde erfgoed’ (shared heritage) valt onder het aandachtsgebied van Monumentenzorg.

Kneuterdijk 1, voormalig gebouw Nederlandse Handels-Maatschappij, gevelreliëf  Foto: Kroon & Wagtberg Hansen, Den Haag.
Den Haag is een belangrijk voorbeeld van een stad, die door haar eeuwenlang deelname aan internationaal verkeer een multicultureel karakter heeft gekregen. Vooral de historische band met voormalig Nederlands-Indië, de ‘Gordel van Smaragd’, heeft haar sporen in het stadsbeeld achtergelaten. Dit gedeelde erfgoed werd recentelijk geïnventariseerd in het project Sporen van Smaragd door de afdeling Monumentenzorg van de Gemeente Den Haag in samenwerking met het Haags Historisch Museum. Het project, uitgevoerd door bureau Kroon & Wagtberg Hansen, laat zien hoe gedeeld erfgoed een rol kan spelen in monumentenbeleid, educatie en citymarketing.

Naar aanleiding van dit project organiseert de afdeling Monumentenzorg een symposium over het onderwerp: Gedeeld Erfgoed – Shared Heritage. Haags-Indische monumenten als getuigen van culturele uitwisseling, 1853-1945. Monumentenzorg Den Haag kreeg daarbij medewerking van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Als passende locatie is gekozen voor de Tong Tong Fair, het grootste Indische festival ter wereld, dat dit jaar voor de 55ste maal in Den Haag plaatsvindt. Het symposium is toegankelijk voor zowel architectuur- en erfgoedprofessionals, als studenten en alle andere geïnteresseerden in Indisch erfgoed. Het symposium wordt afgesloten met een panelgesprek over de toekomst van gedeeld erfgoed. Klik hier voor het volledige programma en informatie over aanmelding.

2013/01/21

Pimp your pyramid

Egypte lijkt gemaakt voor film. Plaats een verhaal in het natuurlijke landschap met haar indrukwekkende monumenten, een overweldigend decor is niet meer nodig. Van alle antieke culturen die grootse bouwwerken voort brachten, spreekt Egypte het meest tot de verbeelding van bioscoopbezoekers. Welke vrouw droomt er nou niet van baden in ezelinnenmelk en welke man zou geen nacht met Cleopatra willen doorbrengen in de schaduw van een piramide? De tentoonstelling Het Egypte van Hollywood, t/m 17 maart te zien in het Rijksmuseum voor Oudheden, maakt duidelijk hoe deze antieke beschaving werd weergegeven in film (en later televisie) en daarmee onze beeldvorming van het land blijvend heeft beïnvloed. Helaas is hierbij geen catalogus beschikbaar, maar wel een glossy themanummer van het vriendenmagazine RoMeO.

Paneldiscussie met de sprekers.
Op 14 januari j.l. werd in de prachtige Tempelzaal van het museum het symposium Beeldvorming in de historische film georganiseerd, dat inhoudelijk vooral een feest der herkenning bleek.

Jurk uit The Ten Commandments.
Miguel John Versluys (Universiteit Leiden) hield in zijn lezing De zin en onzin van ‘Egyptomanie’ een gepassioneerd pleidooi voor het zoeken naar een andere terminologie voor dit fenomeen. Het woorddeel ´manie´ heeft namelijk een negatieve bijklank, opmerkelijk omdat referenties aan Egypte al vanaf de Bronstijd tot heden zo’n belangrijk onderdeel van onze culturele herinnering vormen. Als alternatief noemde Versluys ´cultural responses to Egypt´ (maar of dat nou zo lekker bekt…).
De verbeelding van de oudheid in films, de bijdrage van Frits Naerebout (Universiteit Leiden) bestond feitelijk uit een opsomming van de verschillende genres. Van films gebaseerd op literatuur of mythologie, tot romantische, bijbelse of zelfs pornografische versies. Omdat deze presentatie over beeldvorming juist zonder visuele ondersteuning door een powerpoint werd gegeven en het publiek al grotendeels bekend leek met de genoemde genres, bracht dit weinig nieuwe inzichten. Interessanter was de conclusie dat films die zich in de oudheid afspelen, behalve een historisch beeld van Egypte ook - of misschien meer nog - een beeld geven van de tijd en cultuur waarin ze zijn gemaakt.

Kostuum uit Night at the Museum 2.
De enthousiaste gastconservator  van de tentoonstelling, Hans van den Berg, is egyptoloog en momenteel werkzaam als forensisch onderzoeker. Hij vertelde over zijn onderzoek Hoe dragen films bij aan beeldvorming over het Oude Egypte? De resultaten hiervan zijn te vinden op zijn website: Ancient Egypt Film. Aan de hand van statistieken en mooie filmposters hield Van den Berg een boeiend betoog over welke thematiek in welke tijdsperiode het populairst was in film en televisie. Zo hebben mummies, populair in het begin van de filmgeschiedenis (1900-1919) , sinds de jaren '90 een grote comeback gemaakt. Ook vertelde Van den Berg in hoeverre de filmbeelden afweken van de historische details. In de tentoonstelling is bijvoorbeeld goed te zien hoe historische voorwerpen werden 'gepimpt' met een goudvernisje om ze aantrekkelijker te maken voor het bioscooppubliek.
De lezing van Nat Muller (onafhankelijk curator en schrijver) over De invloed van Egyptische films op het werk van hedendaagse kunstenaars uit het Midden-Oosten paste minder goed in het dagprogramma. Uit deze bijdrage bleek vooral dat het landschap met zijn fysieke nalatenschap uit de Oudheid, in moderne Egyptische films slechts een achtergrond lijkt te vormen, maar niet onderdeel of onderwerp van het verhaal.

Boek van de Levenden uit The Mummy Returns.
Pieter ter Keurs (Rijksmuseum voor Oudheden) daarentegen had de zaal meteen op zijn hand met zijn lezing over Agatha Christie’s Death on the Nile. Aan de hand van clips uit de bekende vertolkingen met Peter Ustinov (1978) en David Suchet (2004) lichtte Ter Keurs de verschillen toe tussen boek en film. Opmerkelijk is bijvoorbeeld dat Agatha Christie in het boek weinig over het landschap schreef; de enscenering van het plot was voor haar belangrijker dan de locatie. Daartegenover is in de film juist het landschap met ruïnes wel een belangrijk onderdeel van de visuele verhaallijn.
De laatste lezing van Jaap Toorenaar (schrijver en classicus) over De beeldvorming van Egyptenaren in de avonturen van Asterix sloeg natuurlijk ook aan. De invloed van de verhalen van René Goscinny en Albert Uderzo op de beeldvorming van het oude Egypte sinds de jaren zestig bij 'jongeren van 8 tot 88 jaar' mag men niet onderschatten. De strips vormen nog steeds voor de meesten van ons de eerste kennismaking met de antieke oudheid en hebben daardoor veel impact. Na afloop had dan ook iedereen zin om zijn oude stripboeken weer eens op te duiken.

Overzicht van de opstelling.
Het symposium werd afgesloten met een paneldiscussie, waarbij onder meer de vraag werd gesteld of er überhaupt wel een historisch accurate film over Egypte bestaat. Hoewel de huidige generatie film- en tv-makers meer bewust probeert om kostuums en details historisch correct te verbeelden, is dat nog altijd niet het geval. De visuele representatie blijft ondergeschikt aan de artistieke visie en de beoogde impact op de kijker. Maar... 'who cares'?! Het resultaat is vaak fantastisch. De conclusie was dan ook dat (kunst)historici en egyptologen moeten proberen om als kijker van deze films te genieten en het academische ‘nitpicken’ even achterwege te laten. Al met al een geslaagd symposium op een prachtlocatie. Als toegift - na het zien van al dat woestijnzand - begon buiten de eerste sneeuwbui.

[Foto's: Kroon & Wagtberg Hansen, Den Haag.]

2012/09/25

D.A.J. Kessler

Op 4 oktober 2012 vindt in de Koninklijke Schouwburg te Den Haag het jubileumsymposium van de Kessler Stichting plaats. Wie was eigenlijk deze Kessler, de naamgever van de stichting?

Kopie van portret D.A.J. Kessler, collectie Kessler Stichting.
(Origineel door Antoon van Welie in collectie Rijksmuseum.)
Foto: http://www.flickr.com/photos/kesslerstichting/.
Dominicus Anthonius Josephus Kessler (1855-1939) werd geboren te Batavia, maar genoot zijn opleiding grotendeels in Brabant. Om buitenlandse ervaring op te doen reisde Kessler naar Verviers en Liverpool. Hij deed examen bij de Nederlandsche Handelsmaatschappij en kreeg een betrekking bij een kantoor van de NHM in Nederlands-Indië. Samen met zijn broer, Jean Baptiste August Kessler (1853-1900), kocht hij een plantage in de omgeving van Rembang (Java). Vervolgens verhuisde hij naar Tjikorai, waar hij administrateur werd van de latere Cultuurmaatschappij Margaretha.
In 1887 kwam Kessler terug naar Nederland. Tijdelijk gaf hij les in de Maleisische taal aan de Openbare Handelsschool te Amsterdam. Zijn broer kreeg ondertussen de leiding van de in 1890 opgerichte Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië (KNPM, later Shell). Om hem te ondersteunen keerde Kessler in 1894 terug naar Indië, waar hij met zijn broer samenwerkte en zelf directeur werd van de Petroleum-Maatschappij Sumatra-Palembang (Sumpal). Met de oliehandel vergaarden ze een groot fortuin.
Kessler was voor werkbezoek in Nederland toen zijn broer in 1900 overleed, en besloot nu voorgoed te blijven. In 1905 betrok hij met zijn gezin Villa Duinhof aan Parkweg 9 in Den Haag. Van 1908 tot 1919 was hij (liberaal) lid van de Gemeenteraad. Daarnaast bleef hij directeur van verschillende cultuur-, olie- en mijnbouwondernemingen, en richtte hij zich op het verzamelen van kunst en op filantropie. 

Zo was Kessler medeoprichter van de Vereeniging ‘Tehuis voor Onbehuisden’ in 1912 en bestuurslid tot zijn dood in 1939, hetgeen van grote betrokkenheid getuigt. Het tehuis wilde dak- en thuislozen opvangen en hen door (interne) werkverschaffing en opleiding een weg terug naar de samenleving bieden. In 1921 moest het tehuis noodgedwongen verhuizen, terwijl er onvoldoende fondsen waren om de beoogde nieuwbouw te realiseren. Kessler schreef aan het bestuur: 
Het doel waarvoor wij werken komt mij echter zoo belangrijk voor dat het niet in gevaar mag worden gebracht door onmacht of vertraging. Het beteekent immers niet minder dan voorziening in een socialen nood en in opheffing, wellicht zelfs in redding van hen, die door ongunstige levensomstandigheden gezonken zijn of staan te zinken.
Kessler deed daarom een donatie van 200.000 gulden, een gigantisch bedrag in die tijd, waarmee een modern ingerichte nieuwbouw aan De la Reykade (nu De la Reyweg) kon worden gerealiseerd. Uit dank voor deze gulle gift werd het nieuwe gebouw naar Kessler vernoemd. Zonder hieraan publieke bekendheid te geven heeft Kessler later nog minstens twee maal een grote geldsom geschonken, eenmaal ten behoeve van de vrouwenvleugel van het tehuis en een tweede maal om een hypotheekschuld af te lossen. Zo'n stil gebaar paste in de filosofie, die in Kesslers lijfspreuk was verwoord: 
Denk breed, praat weinig, lach spoedig, werk hard, heb veel lief, geef gemakkelijk, betaal contant en wees vriendelijk. Dat is genoeg. 
In 1925 werd Kesslers 70ste verjaardag uitbundig gevierd in Villa Duinhof. Als geschenk werd hem hierbij door het jubileumcomité toegezegd dat de bekende kunstenaar Antoon van Welie (1866-1956) bij wijze van geschenk zijn portret zou vervaardigen. De handtekeningen van de schenkers werden opgenomen in een fraai herinneringsalbum van de Haagsche Drukkerij. Later op de avond werd in Huize Voorhout een diner georganiseerd, waarna een film over Kessler werd vertoond. Deze was gemaakt door Albert Frères, het productiebureau van de Haagse cineast Willy Mullens (1880-1952).

Voor zijn vele verdiensten werd Kessler benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Na zijn overlijden werd een deel van zijn kunstverzameling opgenomen in de collecties van het Rijksmuseum te Amsterdam en het Teylers Museum in Haarlem. De familienaam Kessler kreeg in Nederland ook bekendheid vanwege de vele voetballers in de familie, waaronder Dé, Tonny, Boeli en Dolf.


Meer over de boeiende geschiedenis van het Tehuis voor Onbehuisden en Kesslers jarenlange betrokkenheid hierbij is te lezen in de jubileumpublicatie: Andréa Kroon/Audrey Wagtberg Hansen, Kessler Stichting, 100 jaar thuis in Den Haag. Ontwikkelingen in de opvang en begeleiding van dak- en thuislozen, uitgeverij De Nieuwe Haagsche, Den Haag 2012 (ISBN 9789491168352, € 21,50). Het boek wordt op het genoemde symposium gepresenteerd door stichtingsdirecteur Bram Schinkelshoek aan burgemeester Jozias van Aartsen. K&WH vindt u achter de boekentafel. (Aanmelden voor het symposium kan via deze website.)

2012/09/03

Kinderboeken en avant-garde

De Linköping Univeristeit (Zweden) organiseert op 26-29 september 2012 het congres: Children’s Literature and European Avant-garde. Hier wordt de complexe en wederzijdse invloeden van Avant-garde kunst en kinderliteratuur in Europese context besproken. Hoewel academici al eerder hebben gewezen op de relatie tussen stromingen als Modernisme, Bauhaus, Surrealisme en 'kindercultuur' (kinderboeken en -films, speelgoed, etc.) is hier nog weinig onderzoek naar verricht. Meer informatie en het programma zijn te vinden op de website.

2011/12/20

Flaneren

Aan de Universiteit van Nottingham (UK) vindt op 6 en 7 juli 2012 een congres plaats, dat geheel is gewijd aan het thema 'flaneren'. De flaneur, misschien het beste te omschrijven als iemand die 'slentert om gezien te worden', is een 19de-eeuws archetype van de stadsmens. Hij werd geroemd door diverse auteurs en historici, van Balzac en Baudelaire tot Walter Benjamin, en meer recent besproken in publicaties als The Flâneur en The Invisible Flâneuse. Maar dergelijke studies beperkten zich vooral tot de flaneurs in Parijs, terwijl hij ook in andere Europese landen een bekend verschijnsel was, denk maar aan de Scheveningse Boulevard. Bovendien is de flaneur inmiddels ook voor de lens van de moderne media gespot. Aan al deze zaken wordt aandacht besteedt tijdens het congres The Flâneur Abroad: international and historical perspectives on an urban archetype, georganiseerd in samenwerking met het Institute for Research in Visual Culture en the Urban Culture Network van de universiteit. Onderzoekers die een paper willen presenteren kunnen reageren tot 30 december 2011 via richard.wrigley@nottingham.ac.uk.

2011/10/17

'Kleine' wereldtentoonstellingen


Foto: http://greatexhibitions.blogspot.com
De University of Wolverhampton organiseert op 26 en 27 april 2012 het interdisciplinaire symposium Great Exhibitions in the Margins, 1851-1938. De wereldtentoonstellingen uit het verleden zijn een rijke bron van informatie voor onderzoekers, maar tot nu toe ging de aandacht hoofdzakelijk uit naar die in de grote steden van Europa en Amerika. Vanwege de enorme publiek belangstelling hebben echter ook kleinere steden als Luik, Poznan en Edinburgh een poging gedaan om een great exhibition te organiseren. Deze waren weliswaar kleiner in omvang, maar de ambities waren groot, omdat deze evenementen het doel hadden de stad internationaal te profileren. Het symposium besteedt aandacht aan de invloed van de grote op de kleine evenementen, de wijze van tentoonstellen, de relatie met visuele cultuur en andere aspecten van het fenomeen. Naar aanleiding van het symposium zal een publicatie verschijnen en wordt een academisch netwerk opgezet. Geinteresseerden kunnen nog tot 1 november a.s. een suggestie voor een paper indienen. Meer informatie is te vinden op de blog van de organisatie.

2011/10/13

Kunst en nationaalsocialisme

De komende periode is er veel aandacht voor de relatie tussen nationaalsocialisme en kunst. In München vindt op 20 en 21 oktober a.s. het congres Die Grossen Deutschen Kunstausstellungen 1937-1944/45 plaats, georganiseerd door het Zentralinstitut für Kunstgeschichte i.s.m. het Haus der Kunst. Het congres behandelt de door de nazi's goedgekeurde tentoonstellingen in het voormalige Haus der Deutschen Kunst. Tevens wordt de nieuwe database http://www.gdk-research.de/ gelanceerd, waar voor het eerst alle destijds getoonde werken zijn te zien. Meer informatie via gdk@zikg.eu.

Eveneens op 20 en 21 oktober a.s. wordt in Wenen het congres Das Künstlerhaus im Nationalsozialismus Tagung gehouden. Hier wordt de rol die het Künstlerhaus en haar medewerkers in het nationaalsocialisme speelden, besproken. Meer informatie via: office@k-haus.at.

Op 22 februari 2012 wordt The Challenge of Nazi Art georganiseerd door de College Art Association, Los Angeles. Hier wordt gekeken naar wat onder ‘nazi kunst’ wordt verstaan, hoe de kunstmarkt er destijds uitzag, wat het doel van  kunstuitingen in deze periode was, etc. Meer informatie via: vandykeJ@missouri.edu.

2011/08/03

Poolse kunst in 19de-eeuws Frankrijk

Op 13 en 14 oktober 2011 zal het congres Les artistes polonais en France au XIXe siècle plaatsvinden in de Bibliothèque Polonaise in Parijs. Duizenden Polen vertrokken na de Novemberopstand in 1831 naar Frankrijk, waaronder een groot aantal kunstenaars en componisten, zoals Frédéric Chopin. Het congres gaat in op diverse aspecten van de culturele nalatenschap van Poolse kunstenaars in Frankrijk in de 19de eeuw. De besproken onderwerpen omvatten de verschillende kunstvormen, het opdrachtgeverschap, de wederzijdse uitwisseling tussen Poolse en Franse kunstenaars, Poolse fotografen, etc. Meer informatie: m.grabczewska@bplp.fr.

2011/07/06

19de-eeuws reizen

In de 19de eeuw kwam het (cultuur)toerisme tot bloei. Verre landen werden gemakkelijker bereikbaar door de uitbreiding van het spoornetwerk. Niet alleen de aristocratische elite, maar ook de nieuwe, rijke middenklasse ging de 'Grand Tour' langs de kunnstschatten van Europa maken. Het intensieve verkeer van en naar de koloniën zorgde ervoor dat Oost en West dichter bij elkaar leken. Nieuw geopende musea stelden het grote publiek in staat om kennis maken met exotische kunst en objecten, terwijl de opkomende massamedia Verweggistan voor het eerst met foto's in beeld bracht.
De University van Lincoln (UK) organiseert op 13-15 juli 2011 over dit onderwerp het interdisciplinaire congres Travel in the Nineteenth Century: Narratives, Histories and Collections. Meer informatie is te vinden op de website van de universiteit.

2011/04/02

De erfenis van het Surrealisme

Bij de Joan Miró-tentoonstelling in Tate Modern (Londen) wordt een congres rond het thema 'Surrealism and Its Legacies' georganiseerd. Dit vindt plaats op 13 mei 2011. Meer informatie op de website van het Centre for the Study of Surrealism.

2011/03/01

Symbolisme versus Modernisme

Op het jaarlijkse congres van de Engelse Association of Art Historians (31 maart-2 april 2011), wordt aan de Universiteit Warwick een interessante paneldiscussie gevoerd rond het thema Reassessing the Symbolist Roots of Modernism. Het symbolisme wordt vaak gezien als de laatste, decadente uiting van een tijdsgeest. De stroming wordt vaak omschreven als een neergang of einde (het fin-de-siècle), niet als een begin of zelfs onderdeel van een continuum. Toch hebben enkele belangrijke moderne kunstenaars - Picasso, Mondriaan, Kandinsky, Kupka en anderen - hun artistieke wortels in het symbolisme. De vragen die het panel stelt, zijn: zijn de moderne kunstenaars uit het begin van de 20ste eeuw het symbolisme ontgroeid of hebben zij het bewust verworpen? Zijn er aspecten van het symbolisme die van doorslaggevend belang waren voor de ontwikkeling van het modernisme?
Een andere sessie besteedt aandacht aan: Representing the Past in the Nineteenth Century. Het hele overzicht is te vinden op de website van het congres.

2011/02/01

Reizen in de 19de eeuw

In de 19de eeuw werd de wereld plotseling kleiner, door de technische ontwikkeling van vervoersmiddelen en het uitbreiden van het spoornet. Reizen en vakantie houden werd nu ook mogelijk voor leden van de middenklasse, en doordat de kolonien beter bereikbaar werden, vond uitwisseling met niet-westerse culturen op een ander tempo plaats. Ook de wijze waarop reiservaringen werden uitgewisseld veranderde, door de opkomst van massapublicatie en nieuwe media als fotografie en film. Het publiek verslond feitelijke en fictieve reisverhalen. Op 14 en 15 juli 2011 zal in Lincoln (UK) het congres Travel in the Nineteenth Century: Narratives, Histories and Collections plaatsvinden, dat aandacht besteedt aan deze ontwikkelingen binnen een interdisciplinair kader. Voorstellen voor papers of themasessies (300 woorden) en meer informatie via: khill@lincoln.ac.uk. Deadline voor het indienen van voorstellen is 15 februari 2011.

2011/01/15

Plezier in de stad

De stad is vanouds een plek van (legaal en illegaal) plezier en ontspanning, terwijl veranderende sociale en economische omstandigheden de manier waarop die ontspanning werd gezocht, hebben beïnvloed. In de loop van de 18de en 19de eeuw werden werkuren en vrije tijd steeds meer gescheiden. Het gebrek aan vrije tijd werd versterkt door het intensievere gebruik van het land. Vermaak verplaatste zich naar specifieke gebouwen (van herbergen tot hoerenkasten, theaters en meer recentelijk de sportschool) of hiertoe specifiek aangewezen ruimtes (parken, wandelpaden, afgebakend privéterrein of zelfs het internet). Badplaatsen en vakantieparken richtten zich op bezoekers met verschillende smaken. Toen men eenmaal door had dat er geld te verdienen viel, begonnen economie en ontspanning weer door elkaar te lopen. Steden presenteren zich inmiddels als toeristen-, cultuur- en erfgoedcentrum.
In het Engelse Cambridge vindt van 31 maart tot 11 april 2011 het jaarlijkse congres van de Urban History Group plaats, welke zich op dit onderwerp richt. Leisure, Pleasure and the Urban Spectacle is het verbindende thema tussen lezingen over de historische ontwikkeling van sociale, economische en culturele relaties. Meer informatie bij de organisatie: dr. Shane Ewen, s.ewen@leedsmet.ac.uk.

2010/11/14

Het Nieuwe Werken

Op de website van het Register Freelance en Zelfstandige Kunsthistorici bloggen we regelmatig over 'Het Nieuwe Werken', onder meer omdat we daar zelf 'aan doen'. K&WH heeft de traditionele binding aan werkplek en kantoortijden allang losgelaten en zet liever in op kwaliteit en eindproduct. In dat kader wijzen we, al is het wat kort dag, graag op een interessant symposium voor collega-zelfstandig ondernemers in de kunstsector: Het Nieuwe Werken. Geen kunst, dinsdagmiddag 16 november 2010 in Theater de Regentes te Den Haag. Meer informatie is hier te vinden.
Om het nieuwe werken in Den Haag te bevorderen biedt De Regentes een totaalconcept aan met de naam Over de Vloer. In de vernieuwde entree zijn creatieve Haagse ondernemers welkom aan (kosteloze) flexwerkplekken met internetaansluiting, iedere maand wordt een inspirerende netwerkbijeenkomst georganiseerd, en ondernemers kunnen de ruimtes in het gebouw huren voor hun eigen vergaderingen, cursussen, symposia of borrels. Meer informatie is hier te vinden.

2010/11/02

Sokkeltjes

In het verleden wijdde het Van Gogh Museum al eens een mooie tentoonstelling aan de ontwikkeling van de schilderijlijst rond 1900. Een congres aan de Kunstakademie Düsseldorf op 11 en 12 november 2010 belicht nu de ontwikkeling van de sokkel in de sculptuur van de 19de en 20ste eeuw.  Informatie en registratie: johannes.myssok@kunstakademie-duesseldorf.de.

Kunst en theater

Op 19 en 20 november vindt aan de Queen’s University in Belfast, Ierland, een congres plaats over het thema The Art of Theatre. Deskundigen van diverse universiteiten en musea gaan dan in op de relatie tussen de twee kunstdisciplines. Hoewel het congres niet expliciet wordt aangekondigd als betrekking hebbend op de periode rond 1900, wekken de genoemde onderwerpen wel sterk die indruk: 'Degas’ and Zola’s piercing of the veil’; ‘Masks, Modernity, Egoism: The St. Anthony of James Ensor and Maurice Maeterlinck’; ‘The Early World of the Ballets Russes: The Role of Interdisciplinary Collaboration’; ‘The bibliophile’s Book as Theatrical Performance: Pelléas et Mélisande illustrated by Fernand Khnopff’, ‘La Femme fatale absolue: The cultural phenomenon of Salome and its manifestation in visual arts, drama and literature’ en nog véél meer.
Informatie en registratie: Dr. Claire Moran, c.moran@qub.ac.uk.

2010/10/24

Nieuwe Kunst

Ter gelegenheid van het afscheid van conservator Jan Jaap Heij van het Drents Museum werd in januari 2010 een symposium georganiseerd. Natuurlijk stond dat in het teken van Heij's specialisme: tijdens zijn lange loopbaan heeft hij vooral onderzoek verricht naar Nederlandse kunst en kunstnijverheid uit de periode 1885-1935, waarvan het Drents Museum een indrukwekkende collectie beheert.
Vier kunsthistorici (Mienke Simon Thomas, Yvonne Brentjens, Lieven Daenens en Marjan Groot) gaven tijdens het afscheidssymposium hun visie op de ontwikkeling van Art Nouveau, vooral in Nederland. Hun lezingen zijn  gepubliceerd in de bundel Hoe nieuw was de nieuwe kunst? Vier studies over Art Nouveau, zojuist verschenen bij Waanders.
De verschillende bijdragen melden geen nieuw baanbrekend onderzoek, maar geven wel een mooie bloemlezing over de ontwikkeling van de Nieuwe Kunst en haar hoogtepunten, zoals de woninginrichting van ’t Binnenhuis en het oeuvre van Van de Velde. Het is fraai geillustreerd, met zowel kleurenafbeeldingen van bekende voorwerpen als zwart-wit foto's van minder bekende interieurs. Een leuke aanvulling voor de bibliotheek van de liefhebber dus. Vooral omdat dit boekje in de woorden van museumdirecteur Michel van Maarseveen ‘een klein papieren monument […] voor een markante en toegewijde conservator’ vormt.

2010/10/01

Theater in de 19de eeuw

Op 19 en 20 November 2010 vindt aan de Queen’s University van Belfast een congres plaats: The Art of Theatre: Word, Image and Performance in Nineteenth-Century France and Belgium. Dit evenement belicht een rijk interdisciplinair thema: de relatie tussen kunst, literatuur en theater in de periode 1830-1910. In deze periode werd theater populair bij het brede publiek en ontwikkelde zich een ‘society of spectacle’. Tegelijkertijd ontwikkelde de druktechniek zich richting massamedia, kwamen er vernieuwingen in decorontwerp en -techniek, en werden verschillende visuele media met elkaar verbonden. Voorbeelden zijn de schilderijen van optredens door Degas, de kostuum- en decorontwerpen van Khnopff, karikaturen van theaterbezoekers door Daumier en Sarah Bernhardt’s publiciteitsfoto's. Meer informatie bij de organisatie:
dr. Claire Moran, c.moran@qub.ac.uk.

2010/09/16

Kunstenaarsverenigingen rond 1900

De Werkgroep Verenigingsgeschiedenis organiseert op 22 oktober 2010 een studiemiddag over kunstenaars en hun verenigingen rond 1900:
In de periode 1880-1920 begonnen letterkundigen, musici, toneelspelers, architecten en andere kunstenaars zich in de Lage Landen anders te organiseren dan voorheen. Terwijl veel bestaande artistieke en culturele genootschappen steeds meer werden gedomineerd door kunstlievende burgers, begonnen kunstenaars uit verschillende disciplines zich opnieuw en nadrukkelijker in beroeps- en belangenverenigingen te organiseren. Hoe verliep die ontwikkeling in het Nederlandse en Belgische verenigingslandschap precies? Op welke manier grepen kunstenaars rond 1900 terug op beroepsverenigingen die eerder in de eeuw door artsen, predikanten en onderwijzers waren opgericht? Welke overeenkomsten en verschillen zijn er te constateren in de organisatiedrift van kunstenaars uit diverse disciplines in Nederland en België? Welke onderlinge contacten bestonden er?
Sprekers zijn:
- Florian Diepenbrock: Turbulentie om contract en zelfwaardering. Musici en toneelspelers op zoek naar beroeps- of vakorganisatie;
- Christophe Verbruggen: 'L'art aux artistes’. Kunstenaars, schrijvers en hun coöperaties;
- Wilfred van Leeuwen: 'Het edele beroep van architect'. Architectenverenigingen op de bres voor architectuur.
De studiemiddag vindt plaats in de Tesselschadezaal van het Huygens Instituut, Prins Willem Alexanderhof 5, Den Haag, van 14.00 tot 17.00 uur. Aanmelden: verenigingsgeschiedenis@gmail.com